Welcome to Een reis rond de wereld

Travel now and work later

Hoofdmenu

Translate to any language, choose your language here above..



Reisverhalen
Wereldreis op datum:
2009

Wereldreis per land:




Favoriete links


Terugblik op.. (pdf)


De camperbouw en de dagelijkse bezigheden


Info & materialen


  
1 t/m 8 oktober 2008





Woensdag 1 oktober 2008: 26 graden overdag.

Dag 5 van de trek, overnachting op 2900m hoogte in Ghorepani.

Om half zeven gaat de wekker en laden we, na ons gewassen te hebben, de rugzakken weer in. Het was lekker koud vannacht en we hebben goed geslapen. Na het eenvoudige ontbijt vertrekken we en al na 10 meter gaat het uren steil omhoog. Na 2 uur geklommen te hebben door bossen en langs een beekje komen we uitgeput in een dorpje, waar we wat drinken. Er zijn weinig wolken en de Himalaya ligt er mooi bij. Aan onze rechterhand alleen maar besneeuwde, en meer dan 8000 meter hoge toppen. Daarna is het nog een uurtje door de bossen omhoog naar het hoogste punt van de trip, 3200m. De wortels van de bomen zijn soms behoorlijke obstakels, waar je enorm voor op moet passen zodat je je nek niet breekt. Op het hoogste punt lopen we, op een zeer smal pad, op een bergrug en hebben we zicht naar alle kanten.
 



Links kijken we duizenden meters omlaag in het dal en rechts hebben we uitzicht op de hoge Himalaya bergen. Iedereen maakt natuurlijk een hele berg foto’s en wij kunnen niet achterblijven. Ook de videocamera halen we tevoorschijn en maken een paar minuten video van al dat moois. Dan begint voor mij het gemakkelijke stuk. We moeten vanaf nu alleen nog maar naar beneden en dat kost me geen moeite. Kami en ik sprinten naar beneden, maar moeten een paar keer lang wachten op de rest omdat het pad zich splitst. We kunnen niet doorlopen, want het zou lullig zijn als ze de verkeerde afslag nemen en straks weer helemaal omhoog moeten klimmen om daarna weer af te dalen. Rond 12 uur zijn we al in Ghorepani en gooien we snel de rugzakken in onze kamer. Vanuit het bed kijken we over de wit besneeuwde bergtoppen en zo iets moois zie je niet elke dag.
 



We zijn allemaal blij dat we onze bergschoenen kunnen verruilen voor onze slippers en dat we lekker kunnen douchen. Het hotel is hetzelfde als vorig jaar en ook hier is weer veel veranderd. Ze schakelen zelf de stroom uit, zodat niemand energie kan gebruiken en als je een accu wil opladen van bijvoorbeeld je fotocamera rekenen ze 0,6 euro per uur. Als dan ook nog de prijs van 2 naar 6 euro blijkt gegaan te zijn voor de kamer, hebben we onze buik vol van dit hotel en zullen we volgende keer dit hotel zeker niet meer kiezen. We zijn ook zo goed als de enige gasten en dat terwijl de rest van de hotels redelijk vol zitten. Een lader van een camera gebruikt nagenoeg geen stroom en omdat het opladen 5 uur duurt zou je dus 3 euro moeten betalen en dat weiger ik. Ze bekijken het maar hier. In de kamer zijn twee gloeilampen en ik knip van mijn verlengsnoer de stekker af en strip de kabel aan. Ik verwijder een lamp en frommel de draadjes rond de contacten.
 



De schakelaar staat uit denk ik, maar na een vonk blijkt hij dus aan te staan. Nu hebben we dus helemaal geen licht meer. Maar buiten in de gang is de stoppenkast en ik schakel de automaat weer in. Het werkt, het lampje op de verlengsnoer brandt en we kunnen dus laden. Maar dan gaat het licht uit in heel het hotel en valt er dus niets te laden. Rond 18.00u eten we ons diner en dan gaat het licht weer aan. Ik loop naar de kamer en zet de laders aan, zodat de accu’s opgeladen kunnen worden. Na wat gepraat te hebben met andere gasten gaan we slapen. Vannacht moeten we om 4.30u op en klimmen dan 1 uur naar Poon Hill waar we de zon op zien komen.


Donderdag 2 oktober 2008: 30 graden overdag.

Dag 6 van de trek, overnachting in Tikketunga.

Om half 5 wordt tegen de deur geklopt. We moeten opstaan. Een kwartier later staan we buiten in de ijzige kou. We moeten 1 uur naar Poon Hill lopen om daar de zonsopkomst te zien. De weg is steil en ik krijg geen lucht. Op 3200m is er maar 68% zuurstof en door de heftige luchtverontreiniging in Kathmandu is mijn astma op komen zetten. Ik wil omdraaien, maar als ook Janssen problemen heeft met ademen, en doorgaat, zet ik toch door. Iedereen heeft het zwaar door zuurstofgebrek. Als na tien minuten onze longen wat wakkerder zijn gaat het beter en als eerste bereiken Susan en ik de top. Voor ons is het de tweede keer hier, maar het blijft genieten. Janssen en Annie komen beiden na een kwartier ook boven aan en zij blijken het nog moeilijker gehad te hebben dan ik. Langzaam komt de zon op en verlicht de bergtoppen.
 



Janssen zit op een bankje als een lijk en aangezien er ook nog een uitkijktoren is moet hij van Annie met haar mee naar boven. Ik heb echt medelijden met hem. Protesteren heeft geen zin, want zij wil omhoog dus niet lullen Janssen en gewoon mee omhoog naar de top. Dan wil ze hebben dat hij even naar beneden gaat om van beneden af een foto van haar te maken. Hierna is het tijd om weer naar beneden te lopen. Als we weer beneden in het hotel aankomen vullen we onze rugzakken weer en gaan ontbijten. Om 8:15u zijn we weer op pad, dit keer om 1700m af te dalen. Na een uur rusten we even uit bij een restaurantje en Janssen en Susan zijn kapot. De tocht gaat heel de dag omlaag over natuur trappen. Stel je eens voor 800 verdiepingen trappen klimmen op een dag. Onderweg moeten we een paar keer een kudde schapen doorkruisen en ook komen we veel ezels tegen die met hun zware last bergop gaan.
 



Het is heet vandaag en doordat we de hele dag in de zon lopen, en ik ben vergeten me in te smeren is mijn neus rood en aan het vervellen. Ook mijn armen zijn diep donker bruin en aan het vervellen. Wel lullig dat het alleen bruin is tot aan de mouwen van mijn shirt en als ik mijn shirt uittrek heb ik armen die niet bij mijn lijf passen. Net of ik armen heb van een Indiër die er aan geplakt zijn. We passeren veel kleine dorpjes en de kinderen groeten ons. Als ze niet om snoep zeuren geven we ze een snoepje, anders krijgen ze niks. Onder in het dorpje waar we overnachten zijn ze een huis aan het bouwen en de balken worden met een grote zaag, die door twee mannen wordt bediend, door midden gezaagd. Als we neerploffen in een stoel krijgen we te horen dat we op de eerste verdieping slapen. NEE, NIET WEER TRAPPEN! We strompelen de trap op en trekken onze slippers aan. Dat is bijna even lekker als...... Als Janssen kapot blijkt te zijn besluiten we de laatste dag van de trek over te slaan. We zouden morgen nog naar Sarangkot gaan, om daar de zon op te zien komen, maar we gaan morgen al terug naar Pokhara. We douchen en eten een heerlijke maaltijd en al om 7 uur gaan we naar bed. Het is warm vannacht en we zitten weer onder de 2000 m dus de muggen liggen al op ons te wachten. Dus insmeren met anti mug en onder je slaapzak blijven. En dat terwijl het snikheet is.


Vrijdag 3 oktober 2008: 29 graden.

7e en laatste dag van de trek, overnachting in Lake View hotel in Pokhara.

Om half zes staan we op, pakken onze spullen in de rugzak en gaan ontbijten. Ik deel samen met Susan een bord chili frietjes, heerlijk pittig, en jawel met mayonaise en dat op nuchtere maag! Vandaag is het de laatste dag van de trek en om 7 uur zijn we al weer op pad. We delen een busje met een groep Duitsers en moeten om 10 uur beneden in het dal zijn. Omdat Annie en Janssen nogal langzaam zijn gaan we een uur eerder, dan de veel snellere Duitsers, al op pad. Susan heeft de zwaarste spullen van haar rugzak aan Kami gegeven en daardoor gaat ze als een berggeit omlaag. We lopen over een rotsenpad, wat grotendeels omlaag gaat. Na een uurtje zijn ik en Susan in het dal en zijn Annie en Janssen nergens te bekennen. Als het zonnetje opkomt loopt het water weer over onze ruggen, maar verder gaat het vandaag gemakkelijk.
 



We passeren een paar kleine bergdorpjes en komen om 9 uur in Birethanti, het einde van de trek, aan. We nemen wat te drinken en na 20 minuten arriveren ook Janssen en Annie, helemaal kapot. We lopen verder en passeren de laatste brug om na een fikse klim bij de bus aan te komen. Onderweg zien we nog een paar sjouwers die wel 75 Kg op hun rug de berg op dragen en we weten dat ze van alles dragen, maar als we een oude man zien die op een soort troon achter op de rug zit van een sjouwer is dat toch nieuw voor ons. Ook kleine kinderen worden achter in een mand op de rug van een volwassene gedragen en het blijkt dat niets hen te groot of te zwaar is. Een oude man draagt een stapel stoelen op zijn rug en laat ons trots weten dat hij 70 kg draagt. Als we naar zijn dunne beentjes kijken, die onder zijn korte broek uit steken, blijken deze dunner dan mijn onderarmen. Gewoon op slippers gaat hij twee keer zo snel als wij. Echt een prestatie. Nu is de gemiddelde leeftijd hier maar 62 en dat is begrijpelijk als je ze ziet sjouwen.
 



De rugzakken gaan op het dak van de bus en we gaan lekker in het busje zitten. We zijn zo snel dat we een vol uur moeten wachten, tot de Duitsers komen. De weg slingert door de bergen en de omgeving is prachtig. Alleen is de weg enorm slecht en doen we ander half uur over 40 km. We stoppen in Pokhara eerst bij het hotel van de Duitsers en rijden dan naar het Lake Side Resort. We hebben voor we vertrokken gereserveerd voor de 5e en de 6e, maar we zijn een paar dagen eerder terug dan verwacht en daarom heeft Kami gisteren namiddag voor 2 dagen extra bijgeboekt, maar nu blijkt dat we één dag kunnen blijven, dan is er één dag geen plaats en dan kunnen we weer 2 nachten blijven. Daar zijn we dus niet blij mee en na een fikse woordenwisseling met de manager kunnen we bij de buren terecht. De kamers zijn eenvoudig, maar netjes en we blijven dus maar 4 dagen hier.
 




We nemen een lunch en lopen dan naar de camping waar onze spullen liggen die we achtergelaten hebben voor de trek. Omaatje is ontzettend blij om Susan weer te zien en ze vraagt opnieuw waar Alda, de moeder van Susan is. In december vorig jaar waren mijn schoonouders namelijk ook hier en die twee konden het enorm goed vinden met oma. Oma zegt tegen Susan dat ze een dag vroeger is dan afgesproken en dat doet ze met gebaren, want de twee verstaan elkaar natuurlijk niet. Ze heeft elke dag geteld dat we weg waren en Susan heeft haar voor vertrek verteld dat we 8 dagen weg zouden blijven en nu weet ze dus dat we een dag te vroeg zijn. Het gaat slecht met het omaatje. Ze heeft een vies hoestje en pijn aan haar longen, piept heftig en snakt naar adem. Ik denk dat ze longontsteking heeft, maar durf haar geen antibiotica te geven. Ik heb de juiste antibiotica bij me, maar weet niet of ze andere ziektes heeft, die het gevaarlijk maken om haar de medicijnen te geven. Ook is ze enorm mager geworden en ik denk dat ze het niet lang meer maakt. Ze is blij om Susan weer te zien en met de tranen in haar ogen nemen we weer afscheid. Maar Susan legt haar met gebaren uit dat we morgen terugkomen, en dan lacht ze weer. Kami blijft op de camping achter want er is een groep Nepalezen uit zijn dorp, die net terug zijn van een trek. Hij slaapt vannacht wel in ons hotel, maar wil gezellig hier blijven. Wij lopen terug naar het hotel om ons op te frissen. Om 19.00u gaan we bij Mama Mia eten. We gaan ook nog even kijken bij camping Chowk waar we twee andere overlanders zien. Een ouder Duits koppel is met een normale camper tot hier gekomen. Ze vertellen dat ze soms gaten met stenen dicht moesten gooien om verder te komen. Wel een prestatie om tot Nepal te komen, zeker omdat ze niet meer de jongste zijn. We praten een half uurtje gezellig en zien dan nog een camper staan, die blijkt van Peter en Ulla te zijn. Het waren onze buren in Goa op Agonda beach. Helaas zijn ze niet thuis, dus moeten we morgen maar even terugkomen. Dan lopen we terug naar het hotel en gaan we slapen. Het valt ons op dat we nu in de paar dagen dat we in Pokhara zijn we meer toeristen hebben gezien dan vorig jaar in 3 maanden. Het gaat dus bergopwaarts met het toerisme en dat is goed voor de mensen hier. De stroom valt weer uit en ons hotel heeft een generator die volgens mij 5 km verder nog te horen is. Maar we hebben licht en de ventilator werkt, dus we hebben niet te klagen. 42 uur per week wordt door de regering de stroom uitgeschakeld en dat is veel meer dan vorig jaar.


Zaterdag 4 Oktober 2008: 32 graden

Overnachting in Lake Site Hotel.

We zijn om 6 uur al wakker omdat de ventilator weer uitvalt. Nu de Maoïsten aan de macht zijn valt de stroom nog vaker uit dan voorheen. Er zijn maar een bepaald aantal megawats aan energie voorhanden en als het quotum is bereikt word gewoon de stroom afgeschakeld. Er komen steeds meer grote hotels met airco en ook de bevolking maakt meer en meer gebruik van mixers, elektrische rijstkokers enz. Ze zouden met gemak meer waterkracht centrales kunnen bouwen, maar daar is gewoon geen geld voor. Om 7 uur komt de stroom terug en zet ik de tv maar aan. Ik heb 99 programma's dus genoeg te kijken. Om 9 uur ontbijten we en dan gaan Annie en Janssen samen met Kami naar het Moutaineer Museum. Wij zijn daar al twee keer geweest en omdat we graag onze vrienden willen ontmoeten gaan we deze morgen onze eigen weg.

Wij huren een fiets en rijden naar de camping en praten gezellig met Ulla en Peter en spreken af voor vanavond om samen uit te gaan eten. Dan rijden we naar de markt om dvd's te kopen en de prijs blijkt nog hetzelfde als vorig jaar. We kopen 25 films voor 30 eurocent per stuk. De kwaliteit is perfect en ze zien er professioneel uit. Daarna gaan we met de fiets naar de camping, omdat we met zijn allen uitgenodigd zijn om daar te eten. Wij zijn net iets eerder dan Kami, Janssen en Annie, maar dan heeft Susan wat meer tijd voor omaatje. We eten momo en gebakken aardappelen en als we heerlijk vol zitten willen ze natuurlijk niets weten van betalen, tenslotte hebben zij ons uitgenodigd voor de lunch. We leggen toch wat geld neer voor de drank en nemen daarna afscheid.

Dan komt een zwaar moment voor Susan, ze moet afscheid nemen van Oma. Oma heeft, net als de vorige keer de tranen in haar ogen staan. Susan knuffelt om nog voor de laatste keer en dan fietsen we terug naar het hotel. Zelfs nu ik het verslag aan het maken ben, een week later, krijg ik kippenvel en pink ik een traantje weg. Het doet echt pijn zo een lief oud vrouwtje te zien die een leven heeft nog erger dan een zwerfhond in Europa. Maar we kunnen niets doen omdat we, volgens Kami, anders haar dochter zouden passeren en het gevoel zouden geven dat ze niet voor haar moeder kan zorgen. Ik hoop dat er een volgend leven is en dat oma terugkomt als een rijke diva met een leven als een god. Het oudje verdient veel meer dan ze in dit leven heeft gehad. En we kunnen nu, met al het geld van de wereld niets veranderen aan deze situatie. Het klinkt gek maar we zouden de reis af willen breken als we haar gelukkig konden maken in de laatste maanden of misschien jaren van haar leven.

Annie en Janssen hebben een leuke middag gehad in het museum en ook zij lopen terug naar het hotel. We maken ons verslag en gaan dan winkelen want Annie wil souvenirs kopen. Rond 19.00u lopen we naar het Pokhara steakhouse waar we Ulla en Peter, de twee andere overlanders treffen. Het wordt een gezellig avondje waar ze natuurlijk alles willen weten hoe te verschepen en over de visa's in Maleisië en Thailand. Als we naar buiten willen lopen komen we nog een stel overlanders uit Zwitserland tegen die ons weer informatie geven over Mongolië. We balen, want we zouden graag nog een uurtje blijven plakken, maar dat willen we Annie en Janssen niet aandoen. Zij verstaan geen woord van het gesprek en het is voor hen ook niet interessant. En uiteindelijk is het hun vakantie. Als we bij het hotel aankomen vertelt de receptionist achter de balie dat er vandaag een Nederlander is gestorven. Hij was in de buurt van het museum een foto aan het maken en gleed met camera en al 150 meter naar beneden. Hij maakte deel uit van een groep van 9 Nederlanders die in ons hotel zouden verblijven. Dat laatste is een beetje vaag, want de man spreekt zeer gebrekkig Engels. Maar later blijkt in het nieuws wel dat het verhaal klopte.


Zondag 5 Oktober 2008: 32 graden.

Overnachting in Lake Site Hotel, Pokhara.

Na het ontbijt nemen we de lokale bus naar het centrum. Als we instappen zit de kleine stadsbus al bijna vol. In de bus zijn een kleine 25 zitplaatsen, die bezet zijn en er staan een tiental mensen in het gangpad. Ik sta gebogen voor in de bus, want de bus is te laag, en heb moeite me staande te houden door het slingeren en trillen van het busje. De bus stopt minstens 30 keer en elke keer stappen er mensen in en nagenoeg niemand verlaat de bus. Nu weet ik hoe sardientjes zich in hun blikje voelen. De bus vult zich met een scherpe zweetlucht. Voor me staat een oudere dame die bijna in me staat. Zij vindt het wel prima, maar ik had liever tegen een jong ding aangestaan. Je kunt je onmogelijk voorstellen hoe het er in een bus aan toe gaat.

Eindelijk stappen we uit en moeten nog 5 minuten lopen naar een groot terrein waar een festival is. We betalen 30 eurocent entree en lopen naar binnen. Er zijn allemaal kraampjes, die allerlei dingen verkopen. Van auto's tot kleren en van zonneboilers tot waterzuiveringsartikelen. Dan komen we op een grote open vlakte waar een podium is gebouwd en dat helemaal omringd is met eetkraampjes. Alles is er, alleen bijna geen mensen. Ook zijn er diverse spelen uit de middeleeuwen en zelfs een reuzenrad, schip en draaimolens die bij ons al lang op de schroothoop zouden liggen.
 



Kami speelt een spel, hij moet een ring om een vierkant plankje werpen waar dan een prijs op staat. Het is zo goed als onmogelijk om de ring om het plakje te gooien en dus is er maar één die elke keer wint en dat is de eigenaar van de tent. Door de enorme hitte vluchten we de schaduw in en vinden dat we genoeg hebben gezien. We verlaten het terrein en lopen naar de markt waar Susan een nieuwe Diesel tas koopt voor 5 euro en waar we verder wat souvenirs kopen. Rond 1 uur nemen we een taxi naar Lake Site. We gaan met 5 man en chauffeur in een soort Suzuki alto en Susan moet bij mij op schoot. Helemaal opgefrommeld zitten we in het kleine ding dat ons voor 1,35 euro 20 minuten vervoert. Als we uitstappen slapen mijn benen en staat de afdruk van de fotocamera, die in mijn zak zit, in mijn been.

We lopen even naar het hotel waar de auto van Anna-Laura en Hubert, twee andere Overlanders, staat. We vinden de auto maar de twee zijn nog bezig met hun trek en we besluiten een bericht achter te laten. Er staat nog een auto en die blijkt van de Zwitsers te zijn die we gisteren in het steakhouse hebben gesproken. Net als we weg willen lopen komt de Zwitser het terrein op gelopen en uren staan we gezellig te buurten. We spreken af voor vanavond bij de Koriaan en gaan dan lunchen, want inmiddels is het al half 4 en we hebben gigantische honger. Terug in het hotel rusten we even uit en frissen ons op. Om 19.00u uur lopen we naar de Koriaan in de stromende regen, net als gisteren. Natuurlijk stopt de regen op het moment dat we bij de Koriaan aankomen, maar ik weet zeker dat als we thuis een kwartiertje hadden gewacht het tijdens onze looptocht nog steeds had geregend. We hebben een gezellige avond en wisselen veel informatie uit over Maleisië en Mongolië en om 10 uur nemen we afscheid. Het regent natuurlijk weer pijpenstelen, maar we hebben onze poncho aan, dus blijven we droog, morgen is het de laatste dag in Pokhara en na een dag in Kathmandu zit de vakantie er al weer op.


Maandag 6 Oktober 2008: 28 graden en regen laat in de middag.

Overnachting in Lake Site hotel, Pokhara.

Om 9 uur zitten we compleet met pindakaaspot aan de ontbijttafel. Kami moet naar het vliegveld om wat dingen te regelen voor een collega en hij komt om tien uur aanzetten. We gaan terug naar de kamer om onze bergschoenen aan te trekken en lopen dan naar het meer om een bootje te huren die ons naar de andere kant van het meer brengt. Aan die kant is namelijk een pad wat ons naar de grote stupa brengt die op de top van de berg staat. Het is een avontuur voor Kami en Janssen, want beiden kunnen niet zwemmen. Het kleine bootje ligt door ons gewicht erg diep in het koude water, echt een meertje waar je niet wilt kapseizen. Een uur huur met een manneke wat peddelt kost 2,5 Euro en we varen in 25 minuten naar de overkant. Dus in 50 minuten is het bootje weer terug. Maar als je naar de overkant wilt om naar de stupa te klimmen betaal je 3 Euro?
 



We varen nog even langs een klein eilandje op het midden van het meer waar een tempel is gevestigd. Er is festivaltijd dus het is druk, omdat iedereen vrij heeft. Het pad omhoog is voor mij en Susan een makkie, maar Janssen stopt elke 5 minuten, omdat hij pijn heeft aan zijn knie. De 7 dagen in de bergen heeft hem gebroken. Als we eindelijk boven zijn is hij blij dat hij kan zitten, maar dit is maar voor korte duur. Zijn vrouw eist dat hij met haar naar de top van de stupa klimt. Als ik tegen haar zeg dat hij pijn heeft en dat ze toch ook die 20 meter alleen kan gaan, blijft ze doorzeuren en dan gaat de goede peer weer met haar mee. Hij doet alles voor haar uit liefde, maar zij geeft zelfs openlijk toe dat ze niets meer voor hem voelt. Als zij denkt dat er op deze wereld een andere man is die alles voor haar doet, zoals Janssen, komt ze bedrogen uit. Zelfs Kami kan het niet meer aanzien en zegt in het Duits tegen ons dat hij nog liever vrijgezel is dan voor zo een vrouw zou kiezen.
 



Als een bejaarde strompelt hij omhoog en ik erger me kapot. Echt op handen en voeten als een aap bereikt hij de top. Ik ben net te laat met mijn camera dus kan geen foto maken. Dan beginnen we aan de weg naar beneden en kiezen voor een langere, maar vlakkere afdaling. We gaan door de bossen en omdat we in de schaduw lopen stikt het weer van de bloedzuigers. Elke 50 m stoppen we even om ze van onze schoenen te halen. Wij lopen goed door en moeten er een stuk of tien van onze schoenen halen. Maar Annie blijkt een lekkernij te zijn, want elke 5m zitten er weer nieuwe op haar schoenen. Een paar keer zijn we te laat en hebben de bloedzuigers al lekker van haar bloed gedronken. Haar sok is rood van het bloed en als Janssen haar schoen helpt uittrekken blijkt er een onder haar sok te zitten. Janssen haalt de bloedzuiger van haar enkel en dan lopen we weer verder. Kami brengt hen terug naar het hotel en Susan en ik lopen naar het internet café om naar huis te bellen. Schoonvader is namelijk jarig. Susan belt een kwartier en hoeft maar 0,7 euro te betalen en dat is veel minder dan we verwacht hadden, want normaal betaal je 20 eurocent per minuut.
 



Dan gaan we even douchen in het hotel en om 17.00u nemen we een taxi naar Maya, de dochter van de camping beheerder waar we vorig jaar meer dan 2 maanden hebben gestaan. Ze heeft ons voor een diner uitgenodigd. Alweer regent het flink en de straten staan weer blank. Het is even zoeken maar Maya komt op haar scootertje ons tegemoet en arriveren we bij haar appartementje, wat ze samen deelt met haar nichtje Maya en diens weeshuis broer. Ze heeft alles gemaakt wat wij lekker vinden. Champignonsoep, knoflookbrood, gebakken aardappeltjes, salade, rauwkost en vele Nepalese gerechten. Echt alles is heerlijk. Zelfs nog een toetje en koffie na. We zitten meer dan 3 uur gezellig te buurten en nemen dan afscheid. We stoppen haar nog wat geld in haar hand en lopen dan over de donkere en uitgestorven straat naar een grote kruising en nemen een taxi naar huis. We pakken nog snel even de rugzak in en gaan dan slapen.


Dinsdag 7 oktober 2008: 28 graden.

Overnachting in Ambassador Hotel in Kathmandu.

Om 6 uur lopen we zwaar beladen met onze rugzakken naar het busstation. Of eigenlijk moet ik zeggen bus veldje, want meer is het niet. Het is maar een kwartiertje lopen en meteen bij aankomst worden we belaagd door verkopers, die broodjes, lekkernijen en water verkopen. We kopen een paar, nog warme, broodjes en drinken op een klein terrasje wat thee. Maya en Maya komen afscheid nemen en we krijgen ieder een sjaal die ons geluk moet brengen. Echt leuk om hen nog even te zien voor we vertrekken.
 



Om 07.00u nemen we afscheid en start de bus met veel zwarte rook zijn motor. De weg is slecht maar het uitzicht prachtig. Na een paar uurtjes stoppen we bij een restaurant voor het ontbijt en rijden dan weer verder. Na 2 uurtjes staan we vervolgens achteraan in de file stil en we besluiten even naar de oorzaak te gaan kijken. We lopen tien minuten en zien een vrachtwagen staan, geladen met buffels, waar de helft van overleden is. Zijn voorwielen zijn afgebroken en hij heeft vermoedelijk uit willen wijken en daarbij een betonnen muur geraakt. Daarlangs staat een minibusje wat helemaal verwrongen is. De chauffeur heeft ingehaald in een onoverzichtelijke bocht, iets wat hier een sport is, en is frontaal op een tegenligger gereden. Pech voor de chauffeur, maar nog meer pech voor de Koreaanse toeristen in het busje. 3 stuks zijn zwaar gewond in een ander busje gelegd en een paar zitten verdwaasd aan de kant naar hun busje te staren. Ik zie de gewonde door de raam van het busje, maar de deur is aan de andere kant, door de grote drukte kan ik niet aan de andere kant komen. Een van hen bloed behoorlijk en als er niets wordt gedaan zal hij het ziekenhuis, wat minimaal een uur verder ligt, niet halen. Met een groep tillen we het zwaar gehavende busje aan de kant, zodat de weg vrij is en de gewonden afgevoerd kunnen worden. Ik voel me schuldig, want ik zou de ene Koreaan kunnen helpen door zijn bloeding te stoppen maar voor ik de me door de menigte heb geworsteld om aan de andere kant te komen rijdt het busje weg.
 



We lopen dan maar weer terug en stappen weer in onze bus. De chauffeur rijdt nu ineens een stuk rustiger. Na een half uurtje zien we weer twee bussen die frontaal op elkaar zijn geklapt maar niemand is meer in de buurt dus zal het wel een paar dagen geleden zijn gebeurd. Regelmatig worden we ingehaald in onoverzichtelijke bochten door de lokale kamikaze bussen, waarvan de chauffeur vaak net 18 is. Gelukkig gaat het goed tot we aan de rand van Kathmandu weer in de file staan, omdat er een vrachtwagen is gekanteld en een huis is binnengereden. Als we in de file staan worden we aan beide kanten gepasseerd door ongeduldige chauffeurs die de file alleen maar groter maken. De politie die het verkeer regelt laat dit gewoon toe. Het liefst zou ik ze een bekering willen geven, die ze tien jaar later nog herinneren, wat een eikels.

Omdat de tickets persoonlijk moeten worden geconfirmeerd voor 16.00u belt Kami een vriend die hem met de motor komt halen. Je moet op zijn laatst, 24 uur voor vertrek met je tickets naar het kantoor van Nepal air komen om een stempel te halen. Zo iets doms heb ik nog nooit meegemaakt. Dus je kunt nooit tot de laatste dag in bijvoorbeeld Pokhara blijven, want je moet naar het kantoor in Kathmandu. Kami heeft nog gebeld maar kreeg te horen dat hij langs moest komen. Wij staan ondertussen nog een tijdje in de file en komen om 16.00u op onze eindbestemming aan. Dan moeten we nog een half uurtje lopen met onze zware rugzakken en moet Annie voor het eerst ook sjouwen. De rugzak van Kami moet namelijk naar het hotel worden gedragen. Met een hoop gekreun en gesteun binden we de rugzak op haar rug en lopen naar het hotel. Als we net ingecheckt zijn komt Kami er ook weer aan met onze tickets. Alles is gelukt en morgen vliegen we weer naar huis. We hebben een uurtje rust om ons op te frissen en lopen dan naar de Thai voor een lekkere, maar dure maaltijd. Heel de avond hoesten ik en Janssen, omdat de luchtverontreiniging onze longen irriteert, maar over twee dagen kunnen die weer relaxen als we thuis aankomen.


Woensdag 8 oktober 2008: 28 graden

Overnachting in het vliegtuig.

Om 6 uur zijn we al weer wakker en ik zet maar even de tv aan. Ik volg het debat tussen de twee president kandidaten van Amerika en voor ik het weet is het half negen. De receptie belt dat we op moeten schieten als we nog een ontbijt willen, want vanwege het festival hier in Nepal sluiten ze het al om 9 uur. Dan komt Kami, ruim een uur te vroeg, binnen met slecht nieuws. Zijn moeder belde vanuit hun kleine bergdorpje dat er een vliegtuig is neergestort bij hun dorp en dat er veel in brand staat. Gelukkig zijn er op de grond geen gewonden gevallen en is de hele familie ongeschonden uit de strijd gekomen. Het toestel van Jeti air was onderweg van Kathmandu naar Lukla en aan boort waren 12 toeristen uit Duitsland, 2 uit Zwitserland en 5 Nepalezen, die allemaal gestorven zijn. Alleen de piloot is zwaargewond afgevoerd naar Kathmandu. Hij is bang dat zijn vriend, die ook gids is, is omgekomen, omdat die met een groep Duitsers vandaag naar Lukla zou vertrekken.

We bedanken hem voor de goede zorgen over ons, betalen hem voor zijn werk, wensen hem strekte en nemen afscheid. Om tien uur staat onze taxi klaar en die brengt ons naar de Monkey tempel. We moeten weer 360 treden beklimmen en lopen boven een rondje om de stupa. Het zit vol met bedelaars die het zo te zien niets mankeert. Soms treffen we lepra patiënten, die geen handen meer hebben of alleen stompjes en die geven we wel een kleinigheidje maar de gezonde vrouwen, die ook hun kleine kindjes ervoor misbruiken, en hun handje ophouden krijgen van ons niets. Het enige wat er nog wel eens uit mijn mond wil komen is dat ze maar een baan moeten zoeken, omdat er niets aan hen mankeert. Het schooien houdt dan meteen op, dus vermoedelijk snappen ze het wel. Maar zolang de toeristen blijven geven is het een gemakkelijke bron van inkomsten. Gewoon lekker in de schaduw zitten en zielig doen. We hebben eens zitten kijken maar per dag halen ze met gemak een euro of 20 binnen. Dat is dan 600 euro per maand en dat is tien keer zo veel als de goed verdienende gezonde werker. Wie is er nu gek, zij of de toeristen?
 


Daarna staat de taxi te wachten om ons naar beneden te brengen waar 3 grote Boeddha beelden staan.
 



Hierna laten we ons droppen bij een grote supermarkt waar we wat lekkers kopen voor de terugreis. Dan pakken we weer een taxi naar Thamel waar we wat leuke dingen kopen voor de twee huishoudsters in Maleisië.
 



Als laatste bezoeken we de Garden of Dreams, die de toenmalige koning in 1920 heeft laten maken en wat nu compleet hersteld is. Het is er prachtig en heerlijk rustig. We eten nog even een snelle hap in een fastfoodrestaurant, wat jammer genoeg als enige open is, want we wilden eigenlijk een lekkere maaltijd nemen in één van de vele goede restaurants hier, maar vanwege het festival zijn ze allemaal gesloten. Daarna wandelen we terug naar ons hotel. Op straat is het rustig doordat het festival gaande is wat binnenshuis wordt gevierd. Was dit maar elke dag zo, dan zou het een genot zijn om hier te vertoeven.

We hebben één kamer tot 20.00u bijgehuurd en Annie is de eerste die gaat douchen. Dan roept ze dat er geen water meer is en dat terwijl ze net helemaal ingezeept is. Janssen belt de receptie en die zegt dat ze het even na zullen kijken. Helaas na tien minuten en een steeds harder roepende Annie is er nog steeds geen water. Weer belt hij de receptie en uiteindelijk krijgen we de sleutel van een andere kamer waar wel water is. Onder onze kamer wordt gewerkt om die kamer te renoveren en vermoedelijk zit daar het probleem. We douchen ons in de andere kamer en om 20.15u staat de taxi klaar om ons naar de internationale luchthaven te brengen waar we om 23:30 vertrekken richting Maleisië. Bij binnenkomst gaan de rugzakken door de scanner en dan checken we in. We proberen weer een upgrade te krijgen naar Business class, maar helaas gaat dat niet door omdat er maar 40 passagiers in heel het vliegtuig zitten, terwijl er 140 stoelen zijn. Upgrades geven ze alleen maar uit als het vliegtuig overboekt zou zijn.

In business klas kan de armleuning niet omhoog en in economy klas wel, dat betekent dat we op 3 stoelen kunnen liggen. Dat is heerlijk, dan kunnen we slapen en dat is nog beter dan de brede stoelen in business class. We doden de tijd door een beetje rond te lopen in de kleine gammele luchthaven en dan moeten we met de handbagage door de eerste controle. Alles gaat door een scanner en wij worden gefouilleerd en hierna moeten alle tassen open. Janssen heeft weer pech want hij moet 6 aaa batterijen inleveren. Als ze in een apparaat zitten is het OK maar los mogen ze niet worden vervoerd. Natuurlijk bemoeit Susan zich er mee. Als dan blijkt dat we met Nepal air vliegen en niet met China air die een half uur vroeger vertrekt is het ineens goed en mogen de batterijen mee. Voor we in het toestel zitten zijn we al 3x gefouilleerd en zelfs voor we het trapje oplopen om in te stappen volgt er nog een controle. We nemen plaats en iedereen gaat aan de gangpadkant zitten, zodat we 3 stoelen hebben. Meteen als we opgestegen zijn klappen we de armleuningen omhoog en vallen in coma.

Na tien minuten wordt de maaltijd geserveerd en meteen hierna gaan we weer slapen, zodat de reis maar een half uur lijkt te duren. Om 6 uur lokale tijd landen we in Kuala Lumpur en als we door de slurf aankomen in de luchthaven zien we een wereld van verschil. Met een monorail worden we naar één van de grote luchthavengebouwen gebracht en voor we het weten zijn we bij de band waar onze koffers ook meteen arriveren. We laden onze bagage op een trolley en lopen door de douane waar we gratis weer een visum krijgen voor 3 maanden. Dan regelen we een taxi die ons naar de auto van Janssen in Kuala Lumpur brengt. Voor 22 euro worden we netjes bijna 100km verder thuis afgezet. We gaan nog even op bezoek bij de zus van Annie waar we hebben geslapen en rijden dan naar Kuantan.









Copyright © door Een reis rond de wereld Alle Rechten Voorbehouden.

Gepubliceerd op: 2008-10-12 (2587 maal gelezen)

[ Ga terug ]
Content ©
Volg onze reis online, 5 jaar met de DAF de wereld door


PHP-Nuke Copyright © 2005 by Francisco Burzi. This is free software, and you may redistribute it under the GPL. PHP-Nuke comes with absolutely no warranty, for details, see the license.
Pagina Rendering: 0.06 Seconden