Welcome to Een reis rond de wereld

Travel now and work later

Hoofdmenu

Translate to any language, choose your language here above..



Reisverhalen
Wereldreis op datum:
2009

Wereldreis per land:




Favoriete links


Terugblik op.. (pdf)


De camperbouw en de dagelijkse bezigheden


Info & materialen


  
20 t/m 23 maart 2008





Donderdag 20 maart 2008: weer een hete dag, 38+graden.

GPS (dd mm ss,s) Aan het water in Suphan Buri N 14 28 21,1 en E 100 06 36,7

Door het grote ( 6 uur) tijdsverschil met Nederland ben ik veel te lang aan het chatten geweest. Msn werkte niet, maar Ispq als een speer. We hadden een gratis en snelle verbinding en ik heb alle virus scanners geüpdate, updates van mijn software geïnstalleerd en een nieuw mail programma gedownload. We konden namelijk niet naar hotmail, msn en live adressen zenden en dat is knap lullig. De meeste reizigers hebben namelijk alleen hotmail en die waren alleen te bereiken via mijn Gmail account. Nu is Gmail perfect, maar niet via de satelliet unit. Je moet naar een website en hebt al snel een paar mb data verkeer, en dat nog voor je een mail gelezen hebt. Nu gebruiken we Eudora en kan ik zonder webmail, gmail ontvangen en verzenden. Outlook wil namelijk niet verzenden via gmail. Nu werkt alles weer super.

Ik lag dus pas om kwart over vier in mijn mandje en werd pas om tien uur wakker. Toen hebben we lekker rustig aan gedaan. Ik nog even mijn mail opgehaald, de website update verzonden, en voor we het wisten was het al 1 uur. Er zijn trouwens foute mensen, foute temperaturen en foute windjes. Susan was in de douche en ik dacht ach een windje moet ff snel kunnen. Helaas was het een fout windje en was ik dus aan de race. Ik zal jullie verder de details besparen.
Om half 2 pas rijden we de 324 op richting Suphan Buri en we missen door het kijken naar de mooie schilderachtige omgeving een afslag. Na 30 km komen we erachter dat we heel ergens anders rijden dan we zouden moeten en we besluiten maar terug te rijden. Langs de weg zijn de fel groen gekleurde rijstveldjes een lust voor het oog. Op de achtergrond van deze, net met de hand geschilderde, velden zijn de mooie bergen zichtbaar die de grens met Birma vormen.

De mensen zwaaien naar ons en of ze lachen is niet te zien. Bijna iedereen heeft een bivakmuts op en een grote Vietnamese hoed. Dit om de zon buiten te houden, zodat ze niet al te snel een huidje krijgen als een uitgedroogde appel of perzik. De airco draait vol gas en kan het net bij benen. In de cabine is het ook warm, maar zeker een graadje of tien koeler dan buiten. Dan verandert de omgeving en maken de rijstvelden plaats voor suikerriet en palmbomen. Als we dan Suphan Buri inrijden zien we de ene mooie Chinese tempel na de andere. Alles is hier in Chinese stijl en ondanks het feit dat het al donker begint te worden, en de foto’s dan minder mooi zijn, wilde ik er toch een paar plaatsen.
 



We lopen door het stadje en snuiven de heerlijke lucht op van de vele eetkraampjes die een dagelijks beeld vormen in elk Thais stad- of dorpje. Als we dan links een straat inkijken denk ik een pretpark te zien. Een mooi aangelegde parkeerplaats met op de achtergrond een enorme draak. Helaas staat die nog in de steigers, maar moet echt mooi zijn als hij klaar is. Het enige wat nog deels moet gebeuren is het schilderen van het gevaarte. Op dit terrein zijn vele tempels en zelfs een nieuwe pagode waar we natuurlijk even een blik in gaan werpen. Het is even klimmen voor we boven zijn maar het uitzicht is gaaf. We kijken over de stad en zien op elke hoek wel een tempel of pagode staan. Morgen gaan we de rest bekijken, maar eerst eten. We zoeken een gezellig kraampje op en bestellen als eerste een goed gevuld bami soepje, een salade, een servela ( Belgisch braadworstje ) en een saté met tofu voor Susan. Natuurlijk zijn het 2 soepjes en salades maar dat begrijpen jullie natuurlijk wel. We betalen voor dit alles 3 euro en nemen van de supermarkt nog even een ijsje als toetje. De ijsjes zijn bijna net zo duur als het eten!. Dan lopen we terug naar de truck en gaan we het verslag maken. We springen nog even onder de heerlijke verkoelende douche en dan is het tijd voor het leren van de Thaise taal en ga dan slapen.


Vrijdag 21 maart 2008: 41 graden en 63% luchtvochtigheid.

Overnachting “Wat Mongkhon Bopit” Gps (dd mm ss,s) N 14 21 12,1 en E 100 33 37,1

Na het wakker worden sla ik nog een half uurtje het Thaise leerboek open en worstel nog even door een hoofdstuk. Ik herhaal vanaf hoofdstuk 1 weer alles tot ik weer bij hoofdstuk 6 ben en daar ga ik dan weer verder. Als we gewassen en aangekleed zijn eten we nog een lekkere salade die we gisteren hebben gekocht en dan is het weer tijd om op pad te gaan. Susan is nog even binnen bezig en ik zoek een mooi plaatsje om de wc te legen. Niet dat die al vol zat, maar ik leeg hem het liefst elke keer als ik de kans krijg om zo altijd 4 dagen het ding te kunnen gebruiken als we eens een keer geen mogelijkheden hebben om hem te legen.

Ik heb gisteren avond nog de kaart van Thailand geïnstalleerd die ik van Thomas, de man van de outdoor shop in Kuala Lumpur, had gekregen, en zie nu wat we al die tijd gemist hebben. Elke straat staat er op en hij is zelfs routable, zodat ik gewoon Ayutthaya in kan geven en netjes naar de tempels wordt geleid. Ook wel handig is het dat alle pinautomaten, restaurants, toeristen attracties en zelfs benzinepompen erop staan. Het is maar een 70 km naar de volgende bestemming en de route is weer mooi. Langs de weg weer de gif groene rijstvelden waar regelmatig een grote reiger in weg duikt. Als we rond kijken zien we in het veld allemaal kleine vogel koppies die net boven de rijst uitsteken. Ik hou de camera in de aanslag en Susan gebruikt even de toeter en hebbes... 2 vliegen er weg en staan mooi op de foto.
 



Als we een km of 4 voor onze bestemming zijn zien we links van de weg een enorme stupa en we besluiten even om te draaien en te gaan kijken. We zijn de enige op de grote parkeerplaats. Dat we op een doordeweekse dag zijn, heeft zo zijn voordelen. Het toeristen seizoen is over en de Thai moeten werken. Dus we hebben het rijk alleen. Overal staan kippen. En dan heb ik het niet over een paar, maar echt duizenden. Als we het navragen blijkt dat de Thaise kippen tijdens de oorlog mee hebben gevochten tegen de Birmese kippen, maar echt geloven doen we het niet. Misschien hebben de soldaten wel als een kip zonder kop gevochten, wie zal het zeggen.
 



Als we dan een tempel binnenlopen zien we de droom van elk mens, een geldboom! Ook staan er emmers vol met levensmiddelen en andere eerste levensbehoeftes. Je kunt die kopen voor 4 euro en deze dan cadeau doen aan de monniken. De monniken leven namelijk van giften. Ze krijgen eten van de lokale bevolking en de rijkere bevolkingsgroep geeft dan vaak zo een emmer om er voor te zorgen dat ze later in het hiernamaals goed terecht komen. Het doet een beetje denken aan een kerstpak bij ons.
 



Na een uurtje rijden we weer verder, want alle mooie dingen liggen te ver van hier verwijderd. Als we bij de grootste toeristische attractie, Wat Phra Sri Sanphet, naast Wat Mongkhon Bopit met een van Thailands grootste bronzen Boeddha’s, de parkeerplaats oprijden vinden we meteen een mooi plaatsje voor de nacht. Nu staan er nog veel bussen en auto’s, maar die zijn rond 6 uur allemaal weg. En we staan onder het beschermende oog van Boeddha. We laden onze camera’s en een berg water in onze rugzakken en gaan Ayutthaya verkennen. Als eerste zien we de 3 grote Stupa’s die nog in perfecte staat verkeren. De Birmezen en Cambodianen hebben tijdens de vele oorlogen veel gesloopt, maar het meeste is weer in volle glorie hersteld.

Ayutthaya is een soort eiland in het vasteland. Rond dit eiland liggen rondom namelijk rivieren die er voor zorgden dat Ayutthaya het handels centrum van Thailand werd. Alle landen die handel dreven hadden wel een steunpunt in of rond de stad. Zo ook de Nederlanders. In 1604 settelden ze zich hier en noemde hun honk “Hollands glorie”. Het was de VOC van de Nederlanders ( Verenigde Oost Indische compagnie) die alle lekkere specerijen naar Europa hebben gehaald. Natuurlijk kwamen ook de Britten, Fransen en Spanjaarden naar hier, maar de VOC was een grote naam in Azië. We dachten trouwens dat de hete pepers oorspronkelijk uit Azië kwamen, maar deze hete dingen blijken door de Portugezen vanuit Zuid Amerika naar hier te zijn gebracht.

We lopen over het grote terrein en moeten natuurlijk eerst een kaartje kopen. Wij betalen 30 Bath de Thai 10. Wel leuk bekeken, want op de prijsborden staat in het Thai wat zij moeten betalen. Nu hebben de Thai voor elk cijfer een eigen letter, maar ze gebruiken ALTIJD dezelfde cijfers als wij. Hier doen ze dat nie,t omdat ze denken dat de Farang ( buitenlanders) hun cijfers toch niet kunnen lezen, en dus ook niet zeuren als ze 3 keer zo veel moeten betalen. Nu is 3 keer zo veel nog te doen, maar soms rekenen ze rustig 20 of 30 keer zo veel voor de Farang.
 



Buiten de tempel lopen vele olifanten waar je voor de nodige Thaise Bathjes een ritje op kunt maken. Langzaam zie je de toeristen van de ene kant naar de andere kant glijden, op hun houten bankje, op de rug van de olifant, als het logge dier behoorlijk schommelend over de weg sukkelt. We zien nog een grote tempel in Cambodiaanse stijl en daarlangs zit in een park een heel klein restaurantje. Met mijn beste Thai bestel ik gebakken rijst met ei en ze vertelt dat ze geen ei heeft, maar wel MOO, ofwel varken. Na een kleine discussie met Susan, want die lust eigenlijk geen varkensvlees, wordt het toch Khaaw phat moo, ofwel gebakken rijst met varkensvlees. Nu is het voor ons moeilijk om het verschil tussen kip en een ei uit te spreken. Kip is Kai en een ei is Khai. Ik doe nog zo mijn best om die H er tussen te plakken, maar achteraf blijkt dat ze wel ei heeft. We krijgen namelijk netjes gebakken ei en varkensvlees in de rijst. Dus waar het nu fout is gegaan???

Na het eten breng ik netjes de borden terug naar het vrouwtje en haar mond valt open. Haar duim gaat omhoog en ze blijft me bedanken. Niet alleen zij maar ook 2 andere vrouwen kijken hun ogen uit en beginnen me te bedanken. Maj pen raj roep ik nog, wat zo veel betekent als het is niets, graag gedaan. Ik verstond deze keer zelfs alles wat ze me vertelde en dat is uniek. Mijn Thai wordt elke dag wel een beetje beter, maar ik versta nog geen 5% van wat ze me zeggen. Gewoon stug doorleren dus! Na het eten, wat met de drank erbij nog geen 1,35 euro kost, lopen we naar het Ayutthaya Historical study centre. Dit is een soort museum waar scholieren en toeristen alles te weten kunnen komen over het ontstaan van deze stad. We betalen de hoogste entree tot nu toe (2,2 euro pp) en daarvoor krijgen we wel waar voor ons geld. Het als museum ingerichte hal is voorzien van een hele hoop maquettes van de mooie dingen in Ayutthaya. Ook zien we nu hoe het er hier vroeger uitgezien moet hebben. Zelfs informatie over de Nederlanders is er te vinden. Na een uurtje staan we weer buiten en schrikken weer van de hitte. Binnen was het heerlijk koel en dat is buiten wel anders.

We lopen langzaam terug richting de truck. Het is al bijna 6 uur en langzaam zakt de zon. Snel alle ramen open en de ventilator op volle kracht, zodat het best wel uit te houden is in de truck. We zetten de airco niet aan, want we moeten een beetje wennen aan deze temperaturen die nog veel hoger zullen worden. Ik ga de foto’s bewerken en het verslag schrijven en Susan loopt even naar een van de kleine kraampjes voor wat eten. Ze komt terug met gedroogde en gekruide bief. Het is taai, maar o zo lekker en je kunt het een aantal dagen bewaren. Als ze terug komt eten we dit vlees en een lekkere salade die we gisteren hebben gekocht. We zijn echte dagmensen geworden. Zodra het donker wordt, zitten we lekker in ons campertje en na een warme douche gaan we lekker in ons bedje een DVD-tje kijken.


Zaterdag 22 maart 2008: tegen de 40 graden.

Gps gemeentehuis Nakhon Sawan (dd mm ss,s) N 15 42 43,1 en E 100 08 17,7

Na het wakker worden nog even snel de grote tempel bekeken, waar we op de binnenplaats staan. Hier staat een van de grootste bronzen Boeddha’s van Thailand. Als we de deur openen komen er net een hele berg jonge monniken voorbij, die op een soort schoolreisje zijn.
 



Twee monniken filmen alles wat de kleintjes doen en een paar begeleiders lopen in een megafoon te roepen, of houden een groot bord omhoog, om zo de groep bij elkaar te houden. In de tempel zingen ze samen en bidden voor de grote Boeddha. Susan heeft haar korte broek aan en Boeddha straft haar onmiddellijk. Als ze namelijk weer buiten komt is ze lek gestoken door de muggen. Normaal zie je die overdag niet, maar in de tempel is voor die dingen geen dag en nacht en dus snacken ze een beetje van al die buitenlandse benen. Ik heb altijd een lange broek aan, het is wel warmer, maar ik blijf zo wel verschoond van dit soort ellende. De meeste muggen hebben een werkgebied wat van de grond tot een halve meter daarboven reikt. Natuurlijk steken ze ook op grotere hoogte, maar laag bij de grond zijn ze in hun element. We worden buiten nog even aangesproken door een paar Fransen die samen met een grote kudde toeristen uit een bus klimmen. Helaas spreken we geen woord Frans en zij geen Engels dus is het een kort gesprekje. Dan rijden we naar de St Joseph Kathedraal, een overblijfsel van de katholieke Europeanen, die hier in de 16e en 17e eeuw gesetteld waren.
 



Het is compleet verwoest geweest door de Birmezen, maar in de 19 eeuw door de toenmalige koning weer in volle glorie herbouwd. Wel leuk om te zien dat alle religies hier vredig samenwonen. Moskeen, tempels en kerken staan hier zij aan zij. Helaas zijn alleen in het diepe zuiden de moslims aan het vervelen. Na een uurtje rijden we weer verder en gaan we op zoek naar een oude tempel met een liggende boeddha en naar de olifanten kraal, dit is een opleidingscentrum voor olifanten. We passeren de olifanten kraal en zien dat er nog volop gebouwd wordt aan het gigantische complex. Wie weet is het klaar als we de volgende keer terugkomen. Buiten staan een paar beelden van soldaten die de olifanten als vervoermiddel en wapentuig gebruiken.
 



Dan na 4 km komen we bij de tempel. We lopen een rondje en een paar kinderen spreken ons in het Thai aan. Het gaat zo snel dat ik er maar delen van kan volgen. Gelukkig spreken zij beter Engels dan ik Thai en komt alles goed. De boeddha is groot en het gebouw oud maar het is geen echte topper. We hebben ook al zo veel tempels gezien en langzaam wordt het heel gewoon. Alleen de meest spectaculaire vinden we nog interessant.
 



Binnen in de tempel staat een kastje waar je geld in moet gooien. Het ding begint te praten en er begint een soort rad van fortuin te lopen. Hij stopt dan bij een nummertje en daarmee loop je naar de wand waar allemaal genummerde briefjes hangen. Dan neem je natuurlijk het briefje met het nummer wat het kastje je geeft. Susan heeft nummer 3. Op dat blaadje staat niet veel goeds. Dan ben ik aan de beurt. Het kastje begint weer luid te roepen in het nog steeds onverstaanbare Thais en de lampjes lopen in de ronte en stoppen bij ................ nummer 3. Dus voor mij ook niet veel positiefs. Ja wie weet hebben de Goden gelijk of stopt hij altijd twee keer op hetzelfde nummertje. Wie zal het zeggen.

Dit is de voorspelling volgens ons nummer:
‘Difficulties encountered in conducting activities. Some are ill intentioned. Suffering from worry and restlessness. Legal case defensible. Hard to find ones you want to see. Good fortune not in sight. Mismating is likely, calm down, better not rush.’

Daarna is het een paar honderd kilometer rijden naar Pitsanulok. We rijden deels over kleine wegen midden door de natuur. Hier is Thailand nog echt primitief. Langs de kant van de weg zien we vele kraampjes met fel gekleurde vliegers, visnetten en hangmatten. Een paar goede hangmatten willen we wel kopen, maar dat doen we straks in Chang Mai wel. Het is altijd wel lekker om tussen twee palmen je bedje te kunnen spreiden, zeker als je dan uitzicht hebt over een mooie blauwe zee. Als we dan weer op de grote weg komen zien we rond half 4 een enorme Boeddha en dito tempel boven op een bergtop. We besluiten om daar maar eens een kijkje te gaan nemen. We vinden zo snel geen goed plaatsje en de straten worden als maar smaller. We stoppen langs een enorm complex met allemaal Chinese graven.
 



De Chinezen bouwen hun graven tegen een heuvel op en allemaal hebben ze hetzelfde uiterlijk. We rijden achteruit en draaien weer terug de straat in waar we vandaan kwamen, onder de zeer laag, maar net hoog genoeg hangende kabels. We vinden uiteindelijk een parkeerplekje voor de deur van het gemeentehuis.
 



We staan wel behoorlijk scheef en moeten de blokken aan een kant onder de wielen leggen om vannacht niet uit het bed te rollen. Dan lopen we naar het centrum en gaan even bij een oude tempel kijken. Een monnik vraagt of we een ritje naar boven willen, maar dat doen we morgen vroeg pas. We bedanken hem en lopen verder. Ook hier is alles weer in Chinese stijl gebouwd. Een Boeddha is een Boeddha, maar de graven van de Thai en Chinezen zijn niet met elkaar te vergelijken.
 



Dan lopen we terug naar de truck en gaan weer gezellig Thais eten langs de weg bij de vele kleine kraampjes. Bij de eerste stop kopen we aardbeien en ananas en als we dat op hebben lopen we verder naar de volgende stop. We kopen rijst met vis en varkensvlees voor morgen en dat wordt netjes ingepakt, een meter of 20 verder zien we alle twee een kraampje wat heerlijk ruikt. We bestellen gebakken rijst met garnalen en Susan neemt nog een heerlijk soepje. Drinken hebben ze niet, maar 10 meter verder zit een supermarkt, en die hebben een koeling met fris. Drinken is echt een must hier. Heel de dag, buiten de auto, loopt het water in straaltjes over je lijf. We drinken zeker een liter of 3 per dag en nog is de urine te donker, en dit is een teken dat we eigenlijk nog steeds niet voldoende drinken.
 



Na het eten lopen we terug naar de camper waar het binnen, net als buiten, 38 graden is. We zetten de ramen open en ventilator aan en wachten nog een uurtje alvorens we de airco aanzetten. We moeten tenslotte wennen aan de hoge temperaturen. We overleggen samen even, wanneer we een paar weken naar Nederland gaan. Doen we dat in juni en parkeren we de truck bij Kees en Els (als dat mogelijk is) of wachten we tot augustus en vliegen we vanaf Maleisië. We gaan het even uitzoeken wat mogelijk is en laten het jullie weten. We willen graag onze vrienden en familie bezoeken, omdat we die na een jaar natuurlijk best missen. Ook willen we weer met Bianca, Marcel, Kim Wendy en Roy een dagje heerlijk naar de sauna. Vreemd eigenlijk dat we naar de sauna willen, als je bedenkt dat we elke dag zitten te zweten. Af en toe mis je de kou van Nederland best wel. Tegen kou kun je jezelf kleden, maar tegen de hitte sta je machteloos. Meer uittrekken als je kleren gaat echt niet.
 




Zondag 23 maart 2008: 40 graden

Overnachting Phitsanoluk mooi aan het water (Gps dd m ss,s) N 16 49 28,9 E 100 15 59,4

Na het opstaan eten we ons ontbijtje wat we gisteren avond hebben gekocht. Ik rijst met varkensvlees en Susan rijst met vis. Daarna is het tijd voor de grote klim, weer moeten we 500 treden omhoog om bij een tempel te komen. De monniken willen denk ik elke morgen kunnen genieten van een mooi uitzicht, daarom staan ze vaak hoog op een bergrug. Als we boven komen zien we dat de monniken ook houden van fitnes.
 



Heel de binnenplaats staat vol met zelfgemaakte, maar netjes afgewerkte fitnes apparaten. Het is leuk om te zien dat ze een haltertje gemaakt hebben van een stuk beton en de gewichten aan de machines waren vroeger een vliegwiel van een vrachtauto. Na een half uurtje lopen we naar beneden, dit keer aan de andere kant van de berg. Op deze berg staat een mooi glimmende tempel en daar willen we gaan kijken. Het lijkt maar een klein stukje lopen maar schijn bedriegt. We vragen een paar keer de weg en gelukkig weet ik wat links en rechts is in het Thai. Eenmaal beneden lopen we een klein winkeltje binnen, waar een familie onder het afdak zit te praten. Ze vragen of we niet even bij hen willen komen zitten. Ik hoor een oude vrouw tegen een ander zeggen, Sanoek maak, ofwel gezellig he.
 



We praten wat met de mensen en worden een paar keer netjes gecorrigeerd. Ja Thai is nu eenmaal geen Nederlands. Ik zeg dat we 34000 km hebben gereden en doen dit als 34...1000 nu hebben ze hier voor tien duizend een eigen woordje en moest het dus 3.. 10000....4... 1000 zijn. Je moet er maar op komen. Dan nemen we afscheid en krijgen nog twee waaiers mee. Ze stammen uit de verkiezingstijd van de lokale politiechef want zijn telefoonnummer, email adres en foto staan op de waaier. We vragen nog een keer de weg aan een groepje jongeren, die heftig aan de drank zijn, het is tenslotte zondag. Maar komen er achter dat het te ver is. We lopen dus maar terug naar de truck. Snel halen we de blokken onder de wielen en stoppen die weer in de daarvoor bestemde bagagebakken en rijden richting de volgende stad.
 



Langs de weg zien we nog wat boeren die hun land verbouwen. Toen ik hier de eerste keer was, 22 jaar geleden, ging alles nog met ossen en buffels. Nu is alles een stuk moderner. En hoewel een stukje nostalgie verdwenen is blijft het leuk om naar te kijken hoe een soort tractor zich een weg door de blubber baant. Als we aankomen in Phitsanalok stoppen we even op een plek waar we Internet hebben en checken even onze mails. Dan gaan we naar de oudste tempel van deze provincie en in ons boek is hier een groot stuk over geschreven. Als we aankomen vinden we het tegenvallen.
 



We vinden het drie keer niets. Een klein stukje van een oude tempel en de rest modern herbouwt. Na 5 minuten zitten we al weer in de koele cabine en rijden verder. We komen dwars door de grote stad en ik kan me niets meer herinneren van dit alles, vroeger was dit een klein dorpje waar het super rustig was. Nu een grote stad waar het enorm druk is. We zoeken een plekje en vinden dat langs het water 200 meter van het grote tempelcomplex. Na het parkeren lopen we het tempelcomplex op en zien niets bijzonders.
 



Een grote boeddha, veel bouw werkzaamheden en over kraampjes waar de toeristen uitgemolken worden. Een voordeel hebben we hier wel, ze spreken perfect Engels. We lopen van het terrein af en zien een oude stupa. We lopen langs het water en zien de lokale bevolking dingen verkopen waar ons maag van omdraait, netjes verpakt in zakjes verkopen ze aal of slang brrr
 



Dit is wel gaaf, geen toeristen maar wel een paar echte authentieke tempels. De muren mooi beschilderd met eeuwen oude tekeningen en er hangt binnen een mystieke sfeer door de ruik van wierook en het schemerige licht. Na een uurtje lopen we weer verder en zien een groot warenhuis met pizzahut en KFC. MMM dat lijkt me wel een keer lekker. We eten een kip menu-tje bij KFC en als toetje een ijsje. Omdat het hier zo heerlijk koel is bezoeken we ook maar even het grote warenhuis en kopen office 2007. DE software keuze is groter dan in Maleisië alleen zijn de prijzen een heel stuk hoger. Elke cd kost ongeveer 5 euro en dat is 5 maal zo duur dan in Maleisië. Maar alles ziet er wel een stuk beter uit. Als we buiten komen worden we weer herinnert aan de hoge temperaturen. Elke keer als je buiten komt krijg je een knal voor je kop, en loopt het water je direct over je rug. Terug in de truck zetten we even de generator aan en starten de Airo op om lekker koel Office te kunnen installeren. We hebben internet en daardoor is het weer half 5 voor ik mijn bedje inkruip. 









Copyright © door Een reis rond de wereld Alle Rechten Voorbehouden.

Gepubliceerd op: 2008-03-25 (2817 maal gelezen)

[ Ga terug ]
Content ©
Volg onze reis online, 5 jaar met de DAF de wereld door


PHP-Nuke Copyright © 2005 by Francisco Burzi. This is free software, and you may redistribute it under the GPL. PHP-Nuke comes with absolutely no warranty, for details, see the license.
Pagina Rendering: 0.06 Seconden