Welcome to Een reis rond de wereld

Travel now and work later

Hoofdmenu

Translate to any language, choose your language here above..



Reisverhalen
Wereldreis op datum:
2009

Wereldreis per land:




Favoriete links


Terugblik op.. (pdf)


De camperbouw en de dagelijkse bezigheden


Info & materialen


  
18 t/m 24 december 2007





Dinsdag 18 December 2007: warm en zonnig overdag en koud in de nacht.

Vandaag is het de grote dag, we nemen afscheid van Alda en Jan.

Om 06.45u gaat de wekker. We stoppen snel het beddengoed in de wasmachine van het logeerbed, want tot aan Goa hebben we geen tijd meer om te wassen en dat scheelt weer een hoop was die we niet mee hoeven te zeulen. Om half 8 staat het ontbijt al klaar en na het voor de laatste keer afbreken van het logeerbed genieten we van een lekker ontbijtje. Maya had zelfs cake en koekjes gehaald om ons mee te verwennen tijdens het ontbijt. Dan moeten de laatste spullen nog in de koffers geladen worden. Maya en Susan hangen snel de was te drogen en dan regelt Maya een taxi om de koffers naar het vliegveld te brengen. Het vliegveld ligt nog geen 10 minuten lopen van de camping af, maar zonder koffers is het toch wel iets makkelijker lopen. Jan en Susan gaan met de taxi en Alda, Maya, zij wil ons uitzwaaien, en ik lopen dat kleine stukje.


Als we netjes voor negen uur bij de incheck balie staan, krijgen we te horen dat het weer te slecht is en dat er een hoop vluchten geannuleerd zijn, waaronder onze vlucht van 10.00u. We vertrekken nu pas om 11.00u. Dat is niet zo’n erg probleem, dan hoeven we minder tijd door te brengen in Kathmandu. Echter we krijgen ook te horen dat de laatste vlucht terug naar Pokhara ook geannuleerd is en moeten de vlucht verzetten. We gaan nu met een andere maatschappij, Buddha Air, al een uur eerder terug. Dat betekent dat we minder tijd samen met Jan en Alda door kunnen brengen in Kathmandu en het afscheid dus nog eerder is, dan gepland.

Eindelijk om 10.00u kunnen we de bagage inchecken en gaan we lekker boven op het dakterras, met een pracht uitzicht over de landingsbaan, met zijn allen nog iets drinken. Vanochtend stond er al een manneke bij de incheck balie en vertelde dat we rustig de koffers achter de balie neer konden zetten en dan boven van het uitzicht genieten en nu begrijpen we waarom, dat manneke werkt dus hierboven in het restaurant en wilde natuurlijk graag extra klanten hebben. Helemaal toen we af moesten rekenen, want dat was voor Nepalese begrippen weer eens absurd hoog. Ach ja, we hebben lekker van het zonnetje en van een drankje kunnen genieten, dus dan doen we voor deze keer maar niet moeilijk.
 



Om 10.50u landt ons vliegtuig en we gaan snel naar beneden, door de controle heen. Er is ons verteld dat we op de vlucht heen moeten zorgen dat we aan de linker kant van het vliegtuig moeten gaan zitten, omdat we dan het mooiste uitzicht hebben en aangezien het vliegtuig compleet vol is, willen we zeker als een van de eersten het vliegtuig betreden. Je krijgt namelijk bij het inchecken geen stoel aangewezen en je kan gewoon gaan zitten waar je wilt, dus dat betekent: wie het eerst komt, die het eerst maalt.
De kwaliteit van de toestellen is redelijk, alleen was een gat in mijn raampje met siliconenkit gelijmd. We hopen maar dat het in ieder geval een half uur volhoudt.
 



Door het gehaast vergaten we even om fatsoenlijk afscheid te nemen van Maya, maar ze was al zo slim om weer terug naar boven te gaan en vanaf het dakterras naar ons te zwaaien. Eindelijk met een vertraging van 10 minuten gingen we de lucht in met ons propeller vliegtuigje. Er kunnen exclusief de piloten slechts 18 personen aan boord en je zit allemaal achter elkaar. Het opstijgen is wel meer spectaculair dan een groot toestel. Het optrekken gaat met geweld en na 15 seconden ben je al in de lucht.
 



De vlucht was rustig, zonder al te veel turbulentie en het uitzicht echt schitterend. We zaten aan de goede kant van het toestel en keken uit over de wit besneeuwde bergtoppen van de Himalaya. Ons uitzicht was van korte duur want reeds na 30 minuten raakten de wielen de landingsbaan van Kathmandu. Met de bus duurt het 7 uur en nu ben je er in een poep en een scheet.

We landen op de binnenlandse luchthaven en met de bus worden we bij de uitgang gedropt. Onze koffers stonden op een karretje wat achter de bus hing en zodoende hadden we bij het uitstappen ook al direct de koffers. We lopen naar de internationale luchthaven, die 5 minuten verderop ligt. We vragen na of we ergens de bagage achter kunnen laten en vragen het op meerdere plaatsen na, zoals jullie al weten wordt je hier van het kastje naar de muur gestuurd, maar zonder resultaat. Dat betekent dat we dus vast zitten op de luchthaven en niet lekker ergens buiten het vliegveld kunnen gaan eten zonder al onze bagage mee te hoeven sjouwen. We vragen ook nog even na of de vlucht nog steeds op dezelfde tijd gepland staat, of dat er vertragingen zijn, maar nee, de vertrektijd wordt nog steeds om 19.20u verwacht.

We zoeken een restaurant, om op ons gemak nog gezellig bij elkaar te kunnen zitten. Helaas wel een groot bord maar geen restaurant te vinden. Tussen de beide luchthavens waren we wel een klein lokaal restaurantje gepasseerd en daar zijn we dan maar naar terug gelopen. We vinden er een paar leuke banken om in te zitten, want de stoelen zijn hier overal alles behalve comfortabel en we bestellen, friet, momo, drinken en toast met omelet en we moesten totaal nog geen 2 euro afrekenen. Dat zijn tenminste lokale prijzen!!! Niet zoals vanochtend in het restaurant van het vliegveld van Pokhara waar we alleen maar voor drinken al 6 euro mochten betalen.

Rond kwart voor 2 nemen we afscheid van Jan en Alda, die hier nog een uurtje of 6 door moeten brengen. Ze vertrekken pas om tien voor half acht en dat wordt een lange zit. Wij moeten om 2 uur inchecken voor de terugvlucht naar Pokhara. Het afscheid is emotioneel. We zullen ze missen na de maand lol die we met ze hebben gehad.
Na het zien van de foto’s en film van Nepal, hadden Jan en Alda toch een beetje spijt dat ze geen grote trek hadden gemaakt, maar ondanks het uitblijven van de trek hebben ze zich geen enkele dag verveeld. Ze hebben veel gezien en het was voor hun en ons een vakantie om nooit meer te vergeten.

Als we richting de lokale luchthaven lopen zien we Alda nog op het balkon van het restaurantje staan, Jan moest beneden bij de bagage blijven. We zwaaien voor de laatste keer en balen als een stekker dat er nu echt een einde komt aan de gezellige tijd met zijn vieren. Onze vlucht heeft gelukkig geen vertraging en vertrekt netjes om 3 uur. Om klokslag half 4 landen we in Pokhara en gaan dan snel terug naar de camping.

Maya had de was alweer van de lijn gehaald en opgevouwen toen we terug kwamen en we doen snel het praktijk gedeelte van Maya’s Medical cursus. Reanimatie, Heimlich, Rautek en de stabiele zijligging komen aan de orde. Susan is het slachtoffer en Maya slaagt met vlag en wimpel voor dit onderdeel. Ze heeft nu een complete EHBO cursus gehad en we hopen maar dat ze, indien ze het nodig heeft, er nog iets van kan herinneren. Een opfris cursus om de 2 jaar zit er voor haar niet in. Ik maak daarna nog even een image van haar laptop, zodat ze de software kan herstellen als er bijvoorbeeld ooit een virus op komt en daarna lopen we naar Lakeside om voor de laatste keer te gaan eten bij het steakhouse. Als we weer terugkomen bij de camper brand ik nog even een CDtje met mp3 muziek voor in de autoradio en dan is het tijd voor de laatste nacht in Pokhara.


woensdag 19 december 2007: warm een zonnig. 23 graden.

GPS overnachting vanaf nu in graden, minuten, seconden N27.49.46 en E83.32.20,8.
We worden voor de laatste keer wakker op de camping in Pokhara. Ik neem nog even een lekker warme douche en dan is het tijd voor het ontbijtje. Susan gaat de binnenkant van de camper gereed maken en ik vul nog even de watertank en leeg de wc cassettes en de vuilwatertanks. Daarna is de cabine aan de beurt. Even netjes de ramen wassen en alles weer inladen en vastzetten op de juiste plekken in de cabine. Dan kost het nog even een kwartiertje om de navigatie computer aan de praat te krijgen en met veel puffen, piepen en steunen komt er toch nog wat beweging in. Dan is het tijd om de motor verwarmer aan te zetten en de compressor om de auto weer warm en op druk te krijgen. Nu de contactsleutel in het slot en na het omdraaien van de sleutel start hij meteen. Aan niets is te merken dat hij 3 maanden stil heeft gestaan. Het is weer heerlijk om het zware geluid van de diesel te horen.

Ik rijd een stukje achteruit om de oprij blokken onder de wielen vandaan te krijgen en berg ze daarna op in de bagagebak van de auto. Susan gaat ondertussen even betalen en ik draai de truck om en rijdt de poort uit. Kami, de Duitse gids, helpt even mee om de laaghangende stroomkabels omhoog te houden en parkeer ik de truck netjes langs de straat. Omaatje loopt ons op de straat achterna, want ze denkt dat we meteen vertrekken en ze houdt heel zenuwachtig iets in haar jurk vast. Ze staat er echt mee te druilen en weet maar niet wanneer ze het Susan moet geven. En dan komt er ineens een envelop te voor schijn. Susan krijgt hem overhandigd en het is een mooie kaart met ‘Bon Voyage’ erop. Maya heeft hem geschreven in het engels en ondertekent met grandmother en Maya. Maya had al gezegd dat omaatje iets wilde geven en toen kwam ze op het idee dan maar geld te geven, maar daarvan had Maya gezegd dat we dat niet aan zouden nemen en toen heeft Maya haar vaarwel kaartje maar met oma gedeeld.
Dan is het echt tijd om afscheid te nemen.
 



We hadden nieuwe slaapzakken gekocht en geven Susan haar oude slaapzak aan Oma. Achteraf horen we dat Oma het altijd koud heeft in bed en dat Maya voor haar een extra deken wilde kopen, maar dat ze wachtte op geld uit Oostenrijk. Haar broer studeert in Oostenrijk en heeft een bijbaantje. Hij stuurt elke maand een beetje geld naar de familie en dat was deze maand nog niet binnen. Zo zie je maar weer dat Oma krijgt wat ze verdient. Als wij geweten hadden dat ze het elke nacht koud had, hadden wij haar allang een deken of slaapzak gegeven. Nu komt dus onze oude slaapzak goed van pas.

De tranen staan in onze ogen als Omaatje ons als afscheid 200 roepie wil geven. We nemen dit natuurlijk niet aan, maar bedanken haar wel. Ze zegt, via Maya de tolk, dat ze ons zal missen en dat ze heeft genoten van de aandacht die ik en speciaal Susan haar hebben gegeven. En we moeten ook terug komen van haar, ze zegt en passant er ook nog even bij dat India lang niet zo leuk is en de mensen al helemaal niet. Met andere woorden blijf maar liever hier! Het ouwe menske heeft geen doel meer in haar leven en ik kan me voorstellen dat de dagen lang duren voor haar. Wij zijn blij dat de radio die we voor haar gekocht hebben, haar een beetje meer plezier kan laten hebben in het leven. Ze kan hem nu zelf aanzetten en danst en zingt telkens als hij aanstaat. En natuurlijk als er stroom is, want die valt elke dag wel een paar uur uit. We krijgen nog ieder een geluks sjaal van de moeder van Maya en de moeder staat een beetje raar te kijken als Maya bij ons in de truck stapt, en wij samen met haar wegrijden.

Maya gaat nog even mee naar de benzinepomp, omdat ze graag een stukje mee wil rijden en we toch moeten tanken. We wisten dat de benzine schaars is en soms wel een week niet te krijgen is. Diesel is er altijd wel, dachten we!! Bij de eerste pomp kunnen we 10 liter krijgen. Daar komen we niet ver mee. Gelukkig wil de tweede pomp ons 100 liter geven en hebben we voorlopig genoeg. Dan is het tijd om afscheid te nemen van Maya. Ze is helemaal te neergeslagen en de tranen vloeien rijkelijk. We proberen haar te troosten en zeggen haar dat we ver weg zijn en toch dichtbij. We mailen haar regelmatig en zodra wij een huisje hebben in Nederland nodigen we haar uit om Nederland te bezoeken. Het is een scheetje die een goed leven verdiend. We hopen maar dat ze volgend jaar haar examen haalt en dat ze een goede baan zal vinden.

Haar Vader heeft contacten in Oostenrijk en misschien dat ze daar een paar maanden kan gaan werken. De hoteleigenaar betaald het ticket dan en zo kan ze nog een leuk centje verdienen. We rijden weg van het tankstation en zien Maya in de verte ons nog uitzwaaien. We wilden haar graag meenemen naar Goa, maar we vinden dat haar school belangrijker is. Ook moet ze dan helemaal alleen terug en dat vinden we een te groot risico. Goa is 4000km van Pokhara verwijderd en een 20 jarig meisje alleen met de trein terug laten gaan vinden we maar niks.

MAYA YOU AND YOUR FAMILIE MADE OUR STAY IN NEPAL UNFORGETABLE. THANKS FOR THE GREAT HOSPITALITY AND WE HOPE TO SEE YOU IN A FEW YEARS IN THE NETHERLANDS. LOVE AND KISSES AD, SUSAN, ALDA AND JAN. DON’T FORGET US AND KEEP ON E-MAILING!

We hebben maar geen foto’s gemaakt van het afscheid, omdat we allemaal erg emotioneel waren.

Dan rijden we verder richting Butwal. Het valt me reuze mee, dat het net lijkt of ik gisteren nog gereden heb. Ik geniet met volle teugen van het Dafje. Hij rijdt weer super lekker en het is een genot om weer mobiel te zijn. We hebben gekozen voor een weg door de bergen, deze is 100 km korter maar gaat wel continu omhoog en omlaag. Het blijkt een goede keuze te zijn. Als er op aarde een paradijs zou zijn zou die hier zijn. We genieten heel de weg, ondanks de gemiddelde snelheid van 22 km per uur. De weg is perfect en het enige wat onze snelheid beperkt zijn de scherpe bochten die we elke 75 meter tegenkomen, en de behoorlijke stijgingen en dalingen. Rechts zien we de wit besneeuwde bergtoppen en aan de linkerkant het paradijs. Mooie bergketens met kleine dorpjes afgewisseld met groene landerijen. Soms tot het laatste moment dalen we telkens tot een meter of 300 en gaan dan weer omhoog tot 1400. Het uitzicht is onbeschrijfelijk mooi. Diep in de dalen stromen groen/blauwe rivieren die zich een weg tussen de bergen door banen. Zo ver als je kunt kijken zie je bergen, bergen en nog eens bergen. Het lijkt wel of Nepal geen enkel stukje vlakke aarde heeft. In de kleine dorpjes waar soms maar een stuk of 5 huizen staan, staan de kinderen te zwaaien langs de kant van de weg. Soms worden we ingehaald door een auto of motor, die dan 5 minuten langs ons gaat rijden om alles even goed te bekijken. De weg is mega rustig. Soms zie je een half uur helemaal geen enkel voertuig. Maar dan wordt je weer even wakker geschut als een debiel probeert een ander in te halen, en dat natuurlijk in een bocht. Gelukkig zijn wij alert en weten we dat we in elke bocht een opstakel tegen kunnen komen. Als de zon schijnt zie je vaak een schaduw aankomen en dan is het remmen geblazen.
 



Als we rond 5 uur en 20 km voor Butwal een tankstation zien stoppen we maar even om er nog wat diesel bij te gooien. Ook hier is de diesel schaars en krijg ik maar 50 liter. De tank is nu vol genoeg om India te halen, waar de diesel zonder problemen te krijgen is. We besluiten maar meteen om hier te blijven slapen. Er is een grote parkeerplaats bij waar nog een paar trucks staan. Ik zaag een stuk van de 4 kg bevroren steak die we hadden gekocht en maak een lekkere marinade. Met wat rijst erbij hebben we weer goed gegeten. Dan nog even een filmpje kijken in ons zachte bedje en dan is er weer een dag voorbij.


donderdag 20 december 2007: Vanmorgen was het 5,5 graden en dus erg koud. Toen het zonnetje begon te schijnen werd het een lekkere 22 graden.

Gps coördinaten waar we vanavond slapen (graden,minuten,seconden)
N 28.26.57,6 en E 81.19.28

We hebben lekker rustig geslapen en staan rond half 8 op. Elke dag willen we iets eerder uit ons bedje komen om straks in India, ’s morgens op tijd te kunnen vertrekken.
Om kwart voor 8 gaat de motor verwarmer aan en rond kwart over 8 rijden zijn we weer op weg. In de verte zien we de bergtoppen mooi in het zonnetje liggen, maar hier is het nog erg koud en geen zon. De eerste paar uur rijden we nog in de bergen van de Himalaya en langzaam maar zeker worden ze lager en rijden we het Terai in. Het Terai is het vlakke gedeelte van Nepal waar het soms lijkt of we in Nederland rijden. De weg is perfect en we rijden voor het eerst weer eens in de vijfde versnelling. De gemiddelde snelheid gaat ook weer flink omhoog en we rijden behoorlijke stukken zelfs bijna 70.
 



We beginnen honger te krijgen en stoppen langs de weg in de middel of no where. Er is in de verste verte niemand te zien en Susan gooit het eten wat we gisteren over hebben gehouden in de magnetron. De bief met rode curry en rijst smaakt heerlijk. Nu nog wat bananen en mandarijntjes en dan kunnen we er weer tegen. Als ik uitstap om de toeter te gaan repareren staan er tientallen koeien om de auto heen. Ze staan een beetje ongelovig te kijken en eten het gras wat rond de auto staat. Onze megatoeter doet het na de 3 maanden Pokhara niet meer en dat is erg vervelend. Een toeter is onmisbaar in Nepal en zeker in India en daarom ga ik hem maar eens repareren.

Alle 2 de lucht kleppen zitten vast en er is geen beweging in te krijgen. Ik sluit de originele toeter naar weer aan, zodat we iets te toeteren hebben. Het geluid hoort helemaal niet bij de grote truck maar ik moet toch iets. Straks in Goa ga ik de grote luchthoorn wel weer herstellen. Voorlopig kan ik weer toeteren en schrikken de mensen ook niet meer zo als ik de toeter gebruik.

Na een klein uurtje rijden we weer verder en zit ik weer te genieten achter mijn stuur. 3 maanden stilstaan is eigenlijk niets voor ons, en als Alda en Jan niet gekomen waren, hadden we ook nooit zo lang in Pokhara gebleven. Niet dat we ons verveeld hebben, maar er is nog zoveel moois te zien in de wereld en daarom zijn we blij dat we weer rijden.

Als we beginnen te denken dat de bergen verdwenen zijn gaan we weer omhoog tot meer dan 1000 meter en is de weg op sommige plaatsen totaal verwoest door diverse land verschuivingen. 95% van de weg is super goed en dan ineens rijd je weer over een gatenkaas van zand, stenen en natuurlijk gaten.
 



Eindelijk laten we de bergen definitief achter ons en rijden we weer door bossen en vlak terrein. Soms lijkt de weg en omgeving als 2 druppels water op Griekenland, Turkije en Spanje. Niets herinnert je dan aan Nepal. En dan ineens zie je weer de kleine hutjes, de buffels en geiten en waan je je weer in Nepal.
 



Als we even stoppen voor het kopen van wat bananen, in een iets groter plaatsje, staan er natuurlijk weer een hele berg mensen bij de truck. Een jongen van een jaar of 16 wil even indruk maken op zijn vrienden en klimt aan Susan haar kant op de truck en gaat voor de raam wat belachelijke bekken staan te trekken en steekt zijn tong uit alsof hij met Susan wil vrijen. Ik ben in staat om uit te stappen en hem een knal voor zijn kop te verkopen, zodanig dat hij gruwelijk voor lul staat bij zijn vrienden. Susan sust het en we laten het er maar bij en rijden verder.

Rond een uur of 4 wordt het ineens druk op de weg. Zo ver als het oog reikt zie je kinderen lopen in schooluniform. De school is dus uit en de kinderen lopen of fietsen soms uren om weer thuis te komen. De hele kleine kinderen worden opgehaald en thuisgebracht in de bus of in een fietstaxi.
 



Soms zitten er wel 10 , of meer, kinderen in een fiets taxi en als je soms ziet hoe de chauffeur, met zijn zware last, de berg op ploetert, krijg je medelijden met hem. Ondanks dat het redelijk vlak terrein is gaat het, net als in Zuid Nederland, elke keer berg op en berg af.

Het zijn vooral de meisjes die hun armen van hun slanke lijfjes afzwaaien. Dit geeft je een goed gevoel, en enthousiast zwaaien we terug. Rond half 6 zien we een hotelletje langs de doorgaande weg. We rijden de parkeerplaats op en vragen of we iets kunnen eten en of we hier kunnen overnachten. Overnachten is geen probleem, maar eten hebben ze niet. Als we toch even naar de keuken wijzen, die buiten onder een rieten afdak is. Snapt de eigenaar wat we willen. We krijgen 2 sprite en 2 noodlesoep. Het smaakt heerlijk en we hoeven maar 1 euro te betalen voor het lekkers. De soep was goed gevuld en aangezien we vanmiddag al gegeten hadden zitten we weer helemaal vol. Als het donker is gaan we maar naar de camper en kijken we nog een filmpje. Morgen is het weer vroeg dag en we duiken op tijd ons bedje in.


Vrijdag 21 December 2007: De dag begint bewolkt en gigantisch mistig en rond 11:00 uur komt het zonnetje door en wordt het nog een mooie zonnige dag. In de nacht koelt het af tot 12 graden.

Gps waar we vannacht slapen (g,m.s,s) N 28.52.48,7 en E 79.14.30,1

Rond 6 uur worden de meeste mensen hier wakker, maar niemand valt ons lastig. Als het klokje 7 uur slaat gaat Susan haar bed uit en ik blijf nog 45 minuten liggen. Susan kijkt de verslagen na die ik heb gemaakt en dan is het 8 uur en tijd voor het ontbijt. We bestellen alleen thee en een omlet en als ik een slok van de thee neem is die heet en warm. Warm is normaal maar pikant heet is nieuw voor mij.
 



We vroegen om lemon thee maar volgens mij was dit toch echt wat anders. Het smaakte niet verkeerd moet ik zeggen, alleen bleef het in je keel branden. Gelukkig zijn we ondertussen wel wat gewend en was het te drinken. Ik denk wel dat een gemiddelde toerist het zwaar zou hebben gehad en in brand had gestaan. Om 9 uur rijden we, na afscheid te hebben genomen, weg en is het zicht nog redelijk. Na een uurtje rijden we weer tussen de landerijen en wordt het zicht, door de mist, ineens een stuk minder. We kunnen 50 meter kijken en door de lage snelheid bleef het redelijk veilig. Soms heeft een truck, net als wij, zijn licht aan en zie je hem al van verre aankomen.
 



Helaas zijn niet alle chauffeurs zo slim en is het soms, en ondanks de lage snelheid, toch nog behoorlijk remmen om niets te raken. Het grootste probleem zijn de ossenkarren en fiets taxi’s. Je ziet ze pas op het laatste moment en dat is soms wel even schrikken. Rond een uur of 12 klaart het op en schijnt het zonnetje er weer lustig op los. Vanmorgen stond de eerste uren de verwarming nog aan en nu staat de airco weer op volle toeren te draaien. Dit soort extremen hebben we nog niet meegemaakt. Het is tenslotte winter in Nepal en India en ondanks dat de dagen korter zijn is het overdag, als de zon doorbreekt, nog behoorlijk warm.

We rijden een klein dorpje in en midden op de weg staan 3 eenden een beetje dom te kijken. Ik rem af en wacht tot de eenden de weg vrijmaken maar helaas eentje denkt de grote truck wel tegen te houden. Hij gaat aan de kant en ik rijd heel langzaam verder. Dan draait de eend zich om en loopt vrolijk onder de truck door. Helaas heeft een truck ook nog achterwielen en die pletten de eend. Als ik in de achteruitrijdcamera kijk zie ik een platte eend achter de auto liggen. Niemand reageert, vermoedelijk om dat ze nu weer eend eten en daarom besluiten we maar snel door te rijden.
 



De weg is echt top en dat blijft zo tot in India. We rijden door de laaglanden van Nepal en het wordt steeds drukker.
 



We naderen India en dat is goed te merken. De mensen krijgen andere gezichten en de bergen zijn nergens meer te bekennen. Dan om 12:30 uur staan we voor de grens. Eerst even aan oom agent vragen waar de Customs en Immigration is en dan weer de hokjes dans. Het gaat als een speer. In het eerste hokje rechts van de enorme slagboom moeten we de carnetten af laten stempelen. Dat gaat dit keer wel erg snel. Twee personen zijn in de weer voor ons. De ene trekt lijnen op een nieuwe pagina in het grote boek en vraagt of ik het zelf even in wil vullen. Aangezien Susan een beter handschrift heeft, vult zij alles in voor de Daf. Ik doe dan de Quad en binnen een half uurtje is het hier klaar.

Vervolgens is immigration aan de buurt en dan lopen we even naar het wisselkantoor waar we alle Nepalese roepies omwisselen. We willen ook wat euro’s of dollars omwisselen, maar helaas kan dat hier niet en met de roepies die we hebben komen we niet tot Goa. In elke grote stad kun je pinnen maar die grote steden willen we juist vermijden. We hebben nog een week om hier een oplossing voor te vinden en die oplossing zal er best wel weer komen. Ik sta nog even gezellig met een soldaat te praten en dan is het tijd voor de Indiaase kant van de grens. We passeren een brug en dan houdt de weg op. Het mooie asfalt van Nepal stopt ineens de wat voor een weg door moet gaan is alleen een zandpad met meer gaten dan in een Nederlandse kaas. Dit gehobbel gaat zo een km of wat door en dan ineens een slagboom. We moeten hier, voor de eerste keer, betalen. Het is maar 80 eurocent en dat bleek achteraf tol voor de brug na de grens te zijn. We parkeren bij de Immigration’s office en laten de juiste stempels in ons paspoort zetten. Dan met de carnetten naar de customs en klaar is Kees.

We rijden het terrein af en zien maar 1 weg die verder gaat. Het is een weg over een stuwdam en die is wel erg smal. De weg over de dam is 500 meter lang en met een walkietalkie wordt aan de andere kant doorgegeven dat al het verkeer van de andere kant tegengehouden moet worden. Na een minuut of tien wordt het rustiger op de brug en moet ik vertrekken. Ik heb 10 cm aan elke kant van de truck en het eerste stuk gaat goed. Dan komen er fietsers aan en hoe gaan die mij passeren. Ze drukken hun fiets met een trapper tussen de brug railing en gaan zelf op de railing zitten. Dan rij ik stapvoets voorbij. Het gaat net en ik houd mijn hart vast. Dan zie ik in de verte een kudde vrouwen aankomen met lasten op hun rug van wel 1 meter breed. Eerst proberen ze zich tussen de truck, die ik stil heb gezet, en de railing door te worstelen. Helaas lukt het voor geen meter. Het is onmogelijk om tussen de 15 cm, want ik heb de truck helemaal aan een kant gezet, door te komen met zo een last op je rug. Sommige zijn slim en klimmen over de railing en gaan op de pijlers staan.
 



De pijlers zijn al heel snel vol en sommige lopen terug naar het begin van de brug. Ik vind het echt sneu maar helaas is er geen andere mogelijkheid. Gelukkig is er na 150 meter een verbreding in de brug en hoeven ze maar een stukje terug te lopen. Wat een chaos door die Nederlanders met hun grote truck. Dan aan het einde denken we dat we alles gehad hebben. Helaas moeten we ook nog een haakse bocht maken en dan weer over een, gelukkig breder, stuk brug rijden. Eindelijk zitten we weer op een normale weg. Normaal voor Indiase begrippen dan. Wat hebben we het hobbelen en rammelen gemist. De weg is echt een ramp en er zitten meer gaten dan asfalt in. Als een volleerd slalommer vlieg ik van links naar rechts over de weg, dit om tevergeefs te proberen de gaten te ontwijken. Na een km of 30 wordt de weg ineens beter en is er weer meer asfalt dan gaten. We rijden een grotere stad in en zien ineens een bank en een plaatsje om te parkeren. Susan loopt naar binnen en komt even later terug om mijn pinpas op te halen. Ik geef haar de pincode en zij loopt terug. Ik ben ondertussen een beetje op de kaart aan het kijken en plotseling wordt er op de deur geklopt. Om de truck staan natuurlijk honderden mensen en ik zie de bui al weer hangen. Maar deze keer is het een Australische man van middelbare leeftijd die, na later blijkt, een weeshuis met 110 weesjes runt. Hij vraagt of we de weg zoeken. Ik sta een half uurtje met hem te praten en hij verteld ons dat we onze geplande route beter niet kunnen nemen. De weg zou namelijk heel lang gaan duren, omdat de weg een catastrofe is. Hij geeft ons een iets langere maar veel betere route, waarvoor wij hem nog steeds dankbaar zijn. Susan komt terug en kan geen geld pinnen. De man heeft net met een Maestro pas, net als die wij hebben, geld gepind dus moet het werken. Ik ga het zelf maar even proberen. Zonder problemen komt er geld uit de automaat en nu blijkt dat Susan de pincode omgedraaid had. We nemen afscheid en geven de man een kaartje van ons. Heel langzaam zet ik de truck weer in beweging, want zelfs tegen de truck staan de kijkers. Zonder gelukkig iemand te raken sukkelen we de weg op en rijden het stadje uit. De man rijdt nog een stukje met ons mee om de weg te wijzen en na wat gezwaai verdwijnt hij in de menigte.

Het eerste stuk is weer een ramp, maar dat had de man verteld. Dan ineens wordt de weg super en rijden we met een gemiddelde van 55 richting Delhi. We rijden zo uren tot we een keuze moeten maken. Links of rechts af. We zouden volgens de kaart rechtdoor moeten maar daar is alleen een zandpad. Wat doen we nu? We besluiten maar naar de navigatie te luistern en die zegt links. We zien een bord DELHI en daar moeten we heen. We nemen de afslag en na een km of 5 wordt de weg weer een ramp. Alle trucks nemen deze route en hij is helemaal aan gort gereden. Het is weer slingeren van links naar recht en proberen de meeste gaten te ontwijken. Tel daarbij op dat je ook nog de ossenwagens, tractoren, voetgangers, koeien enz enz moet ontwijken, snap je wel dat het weer hard werken was. Rond half 6 zien we een A.C. restaurant. Jawel, net als bij ons, maar dan anders. A.C. staat voor Airconditioned en dat zul je dan ook weten ook. We vragen of ze open zijn, want alles is donker, Natuurlijk zijn ze open. We parkeren op de parkeerplaats en vinden het ook wel een mooi plekje voor vannacht.

Als we binnenkomen is het lekker warm. Niet te heet en te koud, maar precies goed. Dan gaat natuurlijk de Airco aan. Het heet niet voor niets AC restaurant. Het wordt vries koud en als ze zien dat we onze vesten dichtmaken, wordt de airco gelukkig uitgezet. Buiten is het 15 graden en waarom dan de airco aanmoet is me een raadsel. We eten voor 3 euro een egg curry met rijst en mie met groenten en krijgen er ook nog 2 7-up bij. Het eten is hier duurder dan in Nepal maar nog steeds goed te betalen. Na het eten gaan we de camper in en maken het verslag van vandaag. Dan nog even een filmpje kijken en lekker warm ons bedje in. Als de temperaturen zo blijven is het super. Overdag warm en ’s nachts koel.


Zaterdag 22 december 2007: heel de dag zon en de airco draait weer op volle toeren.

GPS overnachting A1 restaurant (g.m.s,s) N 27.17.4,1 E 77.47.48,3

Vanmorgen een omeletje gegeten in het restaurant waar we op de parkeerplaats hebben geslapen en toen snel weer met de vlam in de pijp vertrokken.
Als we weg rijden zien we nog net een chauffeur die 2 meter van de wc staat te plassen. Ik snap wel dat als je moet, je moet, maar 2 meter lopen moet toch wel lukken. De wc’s waren zelfs redelijk schoon en gratis dus waarom hij liever buiten gaat staan, is me een raadsel.
 



De eerste 2 uur was een ramp door de slechte weg. Rond half 1 namen we een afslag van de doorgaande weg, zodat we niet door Delhi hoeven te rijden. Het wordt steeds drukker en je hebt 4 paar ogen nodig. Dan probeert oom agent ons te laten stoppen, maar ik zie het pas op het laatste moment, en ik rijd hem bijna van zijn sokken. Hij maakt in eerste instantie wat moeilijke gebaren tegen Susan, omdat hij denkt dat zij de truck bestuurd. Als ik druk zwaaiend hem attent maak op het feit dat ik aan de andere kant zit dan normaal, en de truck bestuur, kijkt hij een beetje vreemd en gaat gewoon verder tegen Susan. Dan eindelijk snapt hij het, het stuur zit aan de andere kant. Ik maak een gebaar van sorry en alle 3, Susan, ik en de agent, hebben de grootste lol. Misschien is dit wel de eerste keer dat hij een auto ziet waar het stuur aan de verkeerde kant zit.

Een eindje verder rijden we een brug over. We zitten achter een aanhanger die vol is geladen met grind. De aanhanger gaat steeds langzamer en stopt op een gegeven moment helemaal. De aandrijving van de kar heeft niet genoeg vermogen om de brug op te komen. Er zat misschien wel een paar duizend kg grind in de kar en hij had maar 1 pk. Het kleine paardje kreeg behoorlijk slaag en zijn achterpoten slipte constant weg. Het liefst zouden we de Eikel die het ding bestuurde wat klappen met de zweep willen geven. Dit was echt een zielig gezicht. Maar het is het lot van de meeste dieren hier. Hoe hard ze ook lopen voor hun baasje, slaag is het enige wat ze krijgen. Je ziet ossenkarren volgeladen met takken die hun weg banen over de snelweg. De bestuurders denken dat ze iets harder kunnen door de dieren met een zweep er van langs te geven. Jammer genoeg hebben de ossen en paarden niet genoeg hersens om de eikels een koekje van eigen deeg te geven en een paar keer flink te trappen met hun hoeven of hun baasjes aan hun horens te rijgen, in het geval van de ossen dan.

Op de weg zien we vaak trucks die zo zwaar, hoog en breed geladen zijn dat ze midden op de weg moeten gaan rijden. De bomen aan weerskanten van de weg hangen namelijk over de weg en alleen in het midden is de weg hoog genoeg. Om die gasten in te halen moet je echt over stalen zenuwen beschikken. Soms is er een 100 meter lange zandbak aan de kant van de weg en ga ik ze maar aan de verkeerde kant voorbij. Inhalen aan de juiste kant is door hun breedte en onze eigen hoogte niet mogelijk. De 10% extra lading zorgt voor een 500% grotere kans op ongelukken, maar dat risico nemen ze graag voor dat beetje extra inkomsten.
 



Water en droogte wordt een steeds groter probleem voor India. We passeren vaak bruggen en stuwdammen die helemaal droog staan. Als er dan wel een keer een rivier onder de brug doorgaat is het vaak maar 10% van de breedte van de brug en is de bodem te zien, dus maximaal 30 cm diep. Als je dan ook nog nagaat dat het pas regentijd is geweest en de volgende heftige regen pas in Juli komt is het afzien voor de mensen.

De navigator, Susan, loodst ons netjes om Delhi heen, maar we komen op een andere weg terecht als we eigenlijk zouden willen rijden. Er is nog een kans om op de juiste weg te komen, maar dan moeten we wel de afslag weten te vinden.

Dan zien we een bord met de plaats waar we heen moeten, dit keer zelfs in het engels. We moeten rechts af. Susan kijkt in de straat en vindt het maar niets. De weg is van zand en we rijden maar snel door. Als we de straat voorbij zijn kijkt ze nog een keer en er blijkt na 100 meter een hele mooie weg te liggen. Als we na 1000 meter ook nog vast staan in de file besluiten we om te draaien. Dan na 500 meter staat er een bord met de juiste plaatsnaam erop. We moeten volgens het bord links af. Maar waar?? Alle straten die we passeren zijn niet berekend op grote trucks en zijn allemaal van zand. Dan zien we de straat waar we voor omgedraaid zijn. We rijden het zandpad in en zien een mooie brug en nieuwe weg die 100 meter verder ligt. Gelukkig toch gevonden. Als we de straat inrijden staan diverse mensen te zwaaien dat dat niet kan. Wat blijkt, de mooie brug is pas half af en we moeten omdraaien.

Zo maken we dezelfde dag nog 3 keer hetzelfde mee. Soms staat er een bord met een naamplaats die aangeeft bijvoorbeeld 31km rechtdoor. We weten dat het plaatsje ergens rechts moet liggen en dat de afslag niet ver meer kan zijn. Helaas kom je vanaf dat moment geen borden meer tegen en mis je dus de afslag.

Navigeren in India is een regelrechte ramp. Dan begeeft ook de navigatie computer het en moeten we de laptop aansluiten. Normaal navigeren we met een HP tablet pc, die ik van een vriend heb overgenomen. Vanaf dag een start het ding alleen als je hem in de koelkast legt en als hij start werkt hij netjes de gehele dag. Als je hem moet restarten is de pret over, hij start dan wel, maar het beeld is helemaal vol met blokjes, en moet hij weer de koelkast in. De laatste tijd kreeg hij ook nog een extra probleem en dat waren 3 piepjes en deed hij verder helemaal niets meer. Na een half uur etteren kreeg ik hem de laatste dagen nog wel aan de praat maar nu is het helemaal over.

Ik erger me al vanaf dag 1 aan dat ding en nu was ik het zat. Om een lang verhaal kort te houden, hij is nu niet meer te repareren en is ipv 1 computer nu verdeeld over een hele hoop kleine computerstukjes. We kopen in Thailand of India wel een extra laptopje voor de navigatie, want we willen onze goede laptop alleen gebruiken voor de website.

Als we 50 km voor Agra zijn is het al donker en omdat we op een redelijk goede snelweg rijden is dat goed te doen. We rijden constant aan de rechterkant van de 2 voor ons bestemde rijstroken en we schieten lekker op. Op de linker strook rijden de tractoren, ossekarren, fietsers en meer van het langzame grut. Als je daar gaat rijden kun je elke 50 meter op je rem gaan staan en dat kost ons te veel tijd. Alle trucks rijden op de meest rechtse rijstrook en nu hoor ik iedereen denken… dat is bij ons toch ook!!! Ja maar hier rijden de mensen aan de linker kant van de weg en niet zoals bij ons rechts.
Ineens zien we een grote M van Mac Donalds MMMMMM we zetten de truck aan de kant en smullen van de friet en de broodjes vis, ze smaken net zoals bij ons alleen is het een stuk goedkoper. Hamburgers hebben ze natuurlijk niet, want de koe is heilig hier, maar dat mag de pret niet drukken.
Een half uur later zien we aan de andere kant van de weg ons favoriete stekje voor de nacht. Een A1 restaurant, helaas moeten we nog een km of 2 verder rijden voor we kunnen keren, maar dat hebben we voor een goede nachtrust wel over.

Om 21:00 uur rijden we het terrein op en maken we ons klaar om te gaan slapen. Susan gaat zich nog snel even douchen en dan is het oogjes dicht en snaveltjes toe….
 




zondag 23 december 2007: 32 graden overdag en 20 graden in de avond en nacht.

GPS van de overnachting A1 restaurant na Gwalior (g.m.s,s) N 25.19.43,8 E 77.38.2,4

We hebben heel de nacht rustig geslapen en worden pas om 8 uur wakker. We ontbijten in het A1 restaurant en rijden pas om 9 uur weg. Mijn grote toeter doet het niet meer en ik heb de twee lucht ventielen even volgespoten met olie, in de hoop dat ze weer loskomen. Na het weer monteren doet de toeter het nog niet en ik geef maar op. Straks in Goa heb ik alle tijd. De ventielen zijn dicht gelijmd en de behuizing krijg ik er niet af. We hebben nu een gewone toeter en die voldoet redelijk. Soms zou je willen dat je wat meer herrie kon produceren maar alles is beter dan helemaal geen toeter. Zonder toeter rijden is hier levensgevaarlijk. De truckchauffeurs liggen vaak te slapen en als je ze inhaalt moet je toeteren om ze wakker te maken. Als er anders een kar of fietser rijdt halen ze die gewoon in en drukken je met het grootste gemak van de weg.

We rijden het eerste stuk op een mooie 4 baans weg. Met 4 banen bedoel ik 2 voor ons en 2 voor de tegenliggers. We moeten het eerste stuk 2 keer stoppen om tol te betalen en Susan is gedreven in het afdingen dus die regelt dat soort zaken. Susan zit ook aan de kant van het tolhokje, omdat normaal daar het stuur van de auto zit. Normaal willen ze dat we betalen voor een grote truck. Nu zijn we wel groot, maar toch een stuk lichter dan de 25 tot 30 ton die ze hier verslepen. De eerste keer vandaag moeten we 125 roepie betalen, maar als Susan volhardend aangeeft dat we geen lading hebben en wel groot, maar niet zwaar zijn betalen we 35 roepie.

Het bonnetje bewaren we, want de volgende keer laten we dit gewoon zien. LCV, Light commercial vehicle, heet onze categorie. Geen truck dus. Op het bonnetje staat netjes LCV en als we weer moeten betalen is het 70 roepie. Nee, zegt Susan we zijn een LCV… De man blijft volhardend en wil toch echt 70 roepies. Als Susan zegt dat we altijd betalen voor een LCV krijgt ze haar zin en betaald weer 35 roepies.

De mooie snelweg houdt op en wordt een 2 baansweg. We rijden door kleine stadjes en daar is de weg vaak bar en boos. Waarvoor je tol moet betalen is me een raadsel. Misschien wel voor de gaten en kuilen in de weg. Ze vorderen eerst tol en als ze genoeg geld hebben wordt de weg vernieuwd. Dus de omgedraaide wereld. Dan rijden we Agra binnen, de stad van de Taj Mahal.
 



Helaas hebben we geen foto kunnen maken, omdat het te druk was. Parkeren is een ramp daar en de drukte trekt ons niet echt. Debbie en Bennie, 2 andere Nederlandse Overlanders, vertelden ons dat het de stress met de truck en dan nog de 15 dollar pp niet waard was en daarom zijn we maar doorgereden. We hebben een mooie foto van hem in ons grote boek staan en dat is genoeg.

Het kost een uur om Agra door te komen en de juiste weg te vinden. De weg is ineens weg!! We zien borden, zodat we zeker weten goed zitten maar als de weg zo blijft wordt het een ramp. Dit is de national highway nr 3 zeggen ze. Als we zo meer dan 2500km moeten rijden komen we pas een jaar later in Goa aan. We vliegen in de cabine alle kanten uit en alles dondert van het dashboard. We worden een beetje chagrijnig en willen eigenlijk omdraaien om een andere weg te zoeken. Dan ineens wordt de weg super goed. We moeten weer stoppen om tol te betalen en de vriendelijke tol beambte zegt dat we gratis door mogen rijden. Wat en service. Dan naderen we Gwalior en daar gaat de “snel’weg dwars doorheen.
 



De weg wordt weer bagger en dat blijft zo het eerste uur. Dan moeten we weer tol betalen en we schieten bijna uit ons vel. De beambte snapt het en laat ons gratis doorrijden. De rest van de weg blijft 2 baans en hard rijden kun je vergeten. Fietsen, voetgangers met een meters brede lading, ossenkarren, koeien en geparkeerde trucks maakt het een spel van ontwijken en gruwelijk opletten. Je moet hier niet alleen voor je eigen opletten, maar ook voor alle andere weggebruikers. Als je een auto langs de kant ziet staan kan die elk moment zonder te kijken de weg op rijden. Ook een koe, die heilig is hier, staat langs de kant en denkt, ha een truck ff pesten, en loopt ineens de weg op.
 



Als je een andere vrachtwagen inhaalt moet je constant toeteren, want als hij een opstakel ziet ontwijkt hij het zonder blikken of blozen en kijkt niet eens of er iets langs hem rijdt. Langzaam wennen we er aan, maar ontspannend rijden kun je vergeten in India. Niemand heeft een rijbewijs. Of eigenlijk iedereen heeft er eentje. Alleen zonder examen af te leggen kopen ze hier een rijbewijs. Een Nederlands kind van 12 heeft meer rijkwaliteiten dan de gemiddelde Indiër. Dan zien we in de verte een motor aankomen met 2 jonge knullen erop.

Ze zien ons en de bestuurder blijft kijken naar ons. Waar je heenkijkt kom je ook terecht en hij schrikt zich kapot als hij richting onze grote truck rijdt. Dan wijkt hij uit en komt op het randje van de geasfalteerde weg terecht. Helaas zijn de Indiërs niet in staat om een rechte kant aan de weg te maken en de jongen begint te slingeren. Holderdebolder raakt zijn voorwiel zand, asfalt, zand, asfalt, zand enz enz. En dan wint het zand. Hij schiet half van de weg in het zand en dat zou op zich nog geen probleem zijn maar hij wil koste wat kost 50 cm verder weer op het asfalt rijden. Niet rustig en langzaam terug op de weg proberen te komen, maar een ruk aan het stuur en hup de weg op. Helaas werkt dat niet en dus schuift hij onderuit. Zijn passagier vliegt over de bestuurder heen en landt bovenop hem. Dit alles gebeurde zeker 100 meter voor ons en aangezien we langzaam reden hebben we alles goed kunnen volgen. We zien ze nog even een beetje dom uit hun ogen kijken en dan zie ik, in mijn spiegel, dat ze de motor overeind hijsen en nog even uitpuffen.

Dan een eindje verder ligt er weer een truck op zijn kop langs de weg. Rijervaring krijgen wij door de rijlessen, maar hier krijg je de ervaring door veel fouten te maken. Ja, daar leer je wel van, maar India heeft niet voor niets meer dan 100.000 verkeersdoden per jaar!!.

Jan, de vader van Susan, heeft tijdens zijn vakantie in Nepal al een staaltje debiel rijgedrag mee gemaakt, maar Jan India is 1000% erger. Hij zal zich dit niet voor kunnen stellen maar geloof me het is echt zo.

Dan moeten we weer stoppen en wil de tol beambte 90 roepie. Ja daag, we zijn niet gek. Op de borden staat 10,15 en 25 roepie en nergens 90!!! Binnen 30 seconden staan er 20 man om de wagen heen. Iedereen wil een praatje maken en Susan krijgt van de oppertolheffer zelfs een hand. Ze lachen wat af en Susan hoeft ineens nog maar 10 roepie te betalen. Susan pakt het geld en betaalt, dacht ik, en ik rijd verder. Iedereen zwaait en als we 100 meter verder zijn zegt Susan “He, ik heb het geld nog in mijn hand” we hebben dus vergeten te betalen en niemand die er iets van gezegd heeft. Nu moet ik zeggen dat de weg ook geen tien roepie waard was. De weg gaat dwars door de woestijn en de omgeving lijkt op Iran.
 



We gaan continu omhoog en omlaag door de heuvels en het inhalen wordt steeds moeilijker. De trucks die bergop gaan, rijden soms nog geen 20 en als je daar achter zit baal je als een stekker. Inhalen is gevaarlijk, omdat er geen 100meter van de weg rechtdoor gaat, maar de weg vol zit met bochten. De bussen halen gewoon in vlak voor een bocht, maar ik durf het risico niet te nemen. Overal langs de weg zie je glas liggen en dat wil dus zeggen dat het hier erg vaak fout gaat. Onderweg zien we ook regelmatig een auto aan de kant staan die van voor tot achter opengereten is. We hadden de hoop al opgegeven dat we een A1 restaurant tegen zouden komen en ineens zie ik de bekende reclametoren van een A1 restaurant en als we dichterbij komen is het inderdaad een A1. We rijden om 17:00 uur het terrein op en op de enorme parkeerplaats, achter het restaurant, parkeren we als enige gast.
Snel even naar de wc en dan eten. Ik bestel een Tali delux en Susan iets ondefinieerbaars met aardappel.
 



Alles smaakte super lekker en alhoewel ik geen echte liefhebber ben van Indiaas eten, was het dit keer super lekker. Vandaag hebben we inclusief ons ontbijt 5 euro uitgegeven en dat is ook het bedrag wat we hebben bespaard op de tol door niet voor een grote zware truck te betalen en dus ook een paar gratis door mogen rijden. Helaas zuipt de truck wel veel en hebben we vandaag weer voor 100 euro moeten tanken. Al met al blijven we redelijk in ons budget. Dat moet ook wel, want Nepal was erg duur door het luxe leventje wat we daar hebben geleefd. In Goa gaan we zelf weer koken en gaan we weer een beetje op de kleintjes letten.

Na het eten maak ik het verslag en gaan we in bed een filmpje kijken. Morgen proberen we iets eerder te vertrekken zodat we morgen eens een km of vierhonderd kunnen rijden.

Note: De meeste foto’s zijn genomen vanuit de rijdende truck en vaak ook nog door het vuile cabineraam, de kwaliteit is niet altijd optimaal, maar we willen ze toch plaatsen om jullie een idee te geven wat we onderweg tegenkomen.

Wel zijn we erg blij met onze nieuwe lens. We hebben in Nepal een Sigma 18 tot 200mm lens gekocht met stabiliser. Zelfs vanuit een rijdende truck, die behoorlijk bibbert. Maak je met de Canon D60 mooie scherpe foto’s.

We maken tijdens het rijden foto’s met de kleine Olympus U770 SW en af en toe met de grote D60 van Canon. Helaas moeten we de foto’s in klein formaat op de website plaatsen, omdat het versturen met onze satelliet unit anders veel te veel geld zou kosten.









Copyright © door Een reis rond de wereld Alle Rechten Voorbehouden.

Gepubliceerd op: 2007-12-22 (3425 maal gelezen)

[ Ga terug ]
Content ©
Volg onze reis online, 5 jaar met de DAF de wereld door


PHP-Nuke Copyright © 2005 by Francisco Burzi. This is free software, and you may redistribute it under the GPL. PHP-Nuke comes with absolutely no warranty, for details, see the license.
Pagina Rendering: 0.06 Seconden