Welcome to Een reis rond de wereld

Travel now and work later

Hoofdmenu

Translate to any language, choose your language here above..



Reisverhalen
Wereldreis op datum:
2009

Wereldreis per land:




Favoriete links


Terugblik op.. (pdf)


De camperbouw en de dagelijkse bezigheden


Info & materialen


  
24 t/m 30 november 2007





Zaterdag 24 November 2007: Alweer heerlijk zonnig!

Om 08.30u verzamelen we in onze kamer om gezamenlijk naar de eetzaal te gaan. Het smaakte alweer heerlijk en het mooie is ook dat ze elke dag een geheel ander buffet hebben qua gerechten. Vandaag hebben we de tijd en genieten we de laatste keer van het zeer uitgebreide ontbijt. Hierna gaan we onze spullen weer bij elkaar verzamelen en moeten we uitchecken. Het duurt zeker 3 kwartier voordat de rekening klopt, maar uiteindelijk hebben we het goede bedrag af kunnen rekenen.

Voor mij is dit niet echt het goede hotel. Het is totaal geen 4 sterren waard, maar daar betaal je wel voor. Het enige waar je echt aan merkt dat het 4 sterren is, is het geld wat je kwijt raakt aan de fooitjes die je links en rechts aan de bellboys etc moet geven. Ik ben in elk geval blij dat we naar het veel persoonlijkere Ambassador hotel gaan. Laat de kamers dan maar een beetje kleiner zijn, maar als je daar tenminste binnen komt, dan hebben ze al meteen de sleutel van je kamer in je hand en daar hoef je niet eens naar te vragen.

We nemen een taxi voor de slechts 400 meter die we moeten overbruggen. Van de zwaarste koffer is namelijk een wieltje afgebroken en het is toch echt net te ver om te dragen. De taxi chauffeur vraagt extreem veel geld voor die paar honderd meter, maar ach, beter dan met de koffer lopen leuren. Binnen 5 minuten zijn we in het andere hotel en een half uurtje later zitten we in onze nieuwe kamers. En wat schept onze verbazing, we hebben nog een upgrade gekregen ook. We hebben namelijk geboekt voor een economy kamer, maar we hebben een standaard kamer gekregen. We hebben nu dus een veel ruimere kamer dan de vorige keer en is er meer dan ruimte genoeg voor een extra bed. De badkamer daarentegen is maar de helft aan oppervlakte. Ach, ons had het totaal niet uitgemaakt, we komen toch alleen maar in onze kamer om te slapen en in de badkamer kunnen we fijn naar de wc en ook badderen, dus perfect. En voor de helft van de prijs, vergeleken met Shanker, hebben we ook nog eens een veel mooiere en betere badkamer inclusief bidet, die ontbrak namelijk in het dure hotel en omdat we die in onze camper ook hebben, zijn we daar ook echt aan gewend geraakt.
 




Nadat we onze koffers gedropt hebben, wandelen we lekker naar de ‘monkey’ tempel ofwel Swoyambhu met een mooie grote Stupa en beneden, aan de kant van de rondweg, 3 enorme Boeddha’s. De weg erheen was weer een heel avontuur. Het verkeer, de stof, de stank en al de schooiers verslagen, kwamen we eindelijk na anderhalf uur aan bij de tempel. Onderweg zagen we ook nog een begrafenis, maar dat was langs de rivier en het stonk verschrikkelijk daar, dat we ook maar weer snel doorliepen.
 



Ook de slager laat zien wat voor vlees hij in de kuip heeft, gewoon buiten langs de doorgaande weg. En erlangs staan ze buiten van alles te bakken.
 



Aan de voet van de tempel dronken we iets op een klein terrasje. Voor Ad, Maya en mij namen we ook nog een paar gevulde crème donuts en uiteindelijk rekenden we nog geen 85 eurocent af. Ongelofelijk dat we nu weer een cafeetje gevonden hebben dat eerlijke prijzen rekent.
 



Dan wordt het klimmen geblazen, tussen alle apen en bedelaars door.
 



Na een paar keer uithijgen komen we boven en het zag zwart van de mensen. Verdorie daar hadden we even niet aan gedacht, het is zaterdag, maar hier in Nepal is zaterdag gelijk aan onze zondag. Met andere woorden hele gezinnen gaan dus vandaag naar de tempel om te bidden. Ondanks dat, was het toch heel prachtig.
 



Omdat de Stupa op een berg ligt, steekt het ver boven de stad uit en heb je dus een mooi uitzicht over Kathmandu. Het was alleen jammer dat het er zoveel smog hing, dus niet helder was.
 



Ook de 3 Boeddha’s, die we even moesten zoeken om ze te kunnen zien, waren ontzettend mooi.
 



In de verte horen we muziek en zien we een stoet mensen achter een draagbaar aan lopen. Op de draagbaar ligt, helemaal ingepakt, een overleden mens, die naar het crematorium wordt gedragen.
 



Als we na een half uurtje, en via een omweg, om een paar mooie tempels te bekijken, richting Thamel lopen zien we een hoop zwarte rook boven een veld opstijgen. Het blijkt het open crematorium te zijn waar net een lijk wordt verbrandt. Alle lijken worden daar in een open vuur tot as verbrand. Er was zelfs een complete tribune voor de familie en van de straat af kon je ook alles zien.
 



Via Thamel liepen we terug richting ons hotel. Onderweg kocht ons mam nog even een zonnebril, want ze was hem alweer vergeten mee te nemen van thuis. Even later vond ze ook nog een hele mooie schoudertas, die ze niet kon laten liggen in de winkel en na een mooie prijsafspraak met de verkoper was ze de gelukkige bezitster van een hele mooie lederen geborduurde tas. Het afdingen moet ze nog een klein beetje onder de knie zien te krijgen, maar tegen de tijd dat ze hier uit Nepal vertrekt zal ze waarschijnlijk wel een volleerde afdingster zijn, want in eerste instantie vragen ze aan toeristen echt de hoofdprijs en die hoef je toch echt niet te betalen, tenzij je de verkoper natuurlijk enorm gelukkig wilt maken. Dit was een zeer vriendelijke verkoper en we hadden een leuk spel met onderhandelen over de prijs en dat maakt het afdingen ook zo ontzettend leuk. Na de prijsafspraak waren beide partijen gelukkig en zo hoort het ook te zijn. Hij vroeg 2500 roepie en we kochten de echt lederen tas met heel mooi borduursel voor 1350 roepie, dus netjes gehandeld.

Even verderop in de straat vinden we nog een leuk tentje en gaan even wat drinken met een kleine snack (momo), voordat we terug wandelen naar het hotel. Echter als we bij het restaurant naar buiten lopen zien we dat het al bijna half zes is en Maya had haar moeder beloofd haar om 18.00u op te pikken voor het etentje, dus we moesten ons nu even gaan haasten. Tevens wilden we ons zelf graag eventjes opfrissen en des te sneller we bij het hotel terug waren, des te meer tijd we daarvoor over hadden.

Bij het hotel aangekomen was het al 17.45u dus Maya stapte maar snel in de lokale bus naar haar moeder en wij vieren gingen douchen. Ongelofelijk wat een zwart water er van je af komt na een dagje Kathmandu. Dit is echt een stad waar je je niet al te lang moet bevinden, want dat is zeer slecht voor je gezondheid. Het is alleen wel jammer dat hier zo veel bezienswaardigheden zijn. Er hadden er beter een aantal in Pokhara kunnen staan, daar heb je veel schonere lucht. Om 18.30u lopen we naar het restaurant en we wachten buiten op de komst van de taxi met Maya en haar moeder. Haar moeder heeft een prachtige Sherpa jurk aan met een mooi Tibetaans short.

Binnen moeten we onze schoenen uittrekken en blijkt, als we in de zaal komen, dat we op de grond moeten eten. Dat is voor sommigen van ons niet zo makkelijk, maar ach het is maar voor een paar uurtjes, dus dat moet toch wel vol te houden zijn. Dit is typisch Nepalees eten. Als voorafje krijgen we gebakken aardappeltjes en momo. Er staan ook lekkere nootjes op tafel met een zeer specifieke smaak. Nadat er een paar dansnummers opgevoerd zijn met life muziek komt er een bonensoep. Daar maken ze mij echt niet blij mee. Voor de rest heeft toch bijna iedereen de soep op gegeten. Dan komt onze ‘Dalbath’, dit is de naam voor het dagelijkse gerecht van de Nepalezen. Het is rijst met linzensoep, die Ad en ik beiden smerig vinden, en daar doen ze dan altijd 1 of 2 bijgerechten langs en alles blijven ze aanvullen totdat jij zegt dat het genoeg is geweest. Gelukkig hadden ze wat meer bijgerechten zodat ik toch nog iets lekker vond. Er was een gerecht van gemengde groentes, een met Nepalese spinazie, een met kip en een met buffalo. Voor mij was alleen de gemengde groenten lekker en de curry saus van de kip, met wat meer rijst zat ik toch wel vol. Als toetje hadden we een zoete yoghurt met een kersje.
 



Onze 2 Nepalesen aan de tafel hebben in elk geval genoten van het eten en allemaal hebben we van de muziek en de dansjes genoten, dus de avond was toch gezellig.
Toen de rekening kwam, vielen we zowat van ons geloof af, dus het was maar goed dat we al op de grond zaten. De prijs was bijna gelijk aan 3 nachten in het Ambassador hotel en dan heb je dus ook nog eten wat je niet lust. Zoiets doen we dus nooit meer, we hadden ook de prijs gevraagd en ze vertelden dat we konden kiezen van de menukaart, maar toen we daar binnen zaten was er niks te kiezen en kregen we gewoon dalbath.

Het is wederom zonde van ons geld geweest, dat hadden we echt veel beter ergens anders voor kunnen gebruiken, maar in elk geval hebben Maya en haar moeder ervan genoten en dat is het belangrijkste. Tevens weten mijn ouders nu ook wat het dagelijkse gerecht van de Nepalezen is, en hoe klef het smaakt. De Nepalezen eten dit gerecht 2 maal per dag en genieten er telkens weer van. Ja smaken verschillen en misschien is het maar beter dat ze dit het lekkerst vinden, omdat dit erg goedkoop kan worden gemaakt. Elke dag maken ze dalbad met telkens andere groenten of vlees, zodat er toch een beetje variatie is.

We lopen met zijn zessen terug naar het hotel, waar we haar moeder in de taxi zetten en Ad, ons mam en Maya nog even gaan internetten. Ik ga wat kleren met de hand wassen en daarna het verslag van vandaag intypen. Pas om 00.30u stap ik mijn bed in, maar aangezien het ontbijt hier niet inbegrepen is, hebben we met mijn ouders afgesproken dat we morgen pas om 09.30u verzamelen, zodat we eindelijk een beetje uit kunnen slapen. Dan nemen we morgenvroeg de taxi naar Bhaktapur en gaan daar een lekker ontbijtje nemen in een leuk restaurantje, wat we de vorige keer hadden gevonden.


Zondag 25 November 2007: Alweer heerlijk zonnig!

Om 09.30u zijn mijn ouders nog steeds niet op onze kamer, dus we gaan even kijken waar ze blijven. Dan blijkt dat ons pap de gehele nacht op de wc heeft gezeten, hij is nu al flink aan de race. Hij is moe en heeft ook enorme hoofdpijn, maar dat kan ook komen door de ontzettend smerige smog die hier rondhangt. Nou dan blijven we vandaag maar in het hotel en gaan we morgen wel naar Bhaktapur als ons pap zich dan tenminste wat beter voelt.

We gaan om 10.00u met zijn allen ontbijten. En daarna lopen Ad, Maya en ik even naar de groenteboer, de apotheek en een vanalles winkeltje, voor bananen, mondkapjes en droge meelkoekjes. De mondkapjes zijn voor de smerige lucht hier en de rest speciaal voor ons pap om te zorgen dat de diarree stopt. Ons mam heeft er ook een klein beetje last van, maar heeft er niet de hele nacht voor op de pot hoeven zitten.Dat ze aan de race zouden geraken, wisten we al, maar dat ze het zo snel al te pakken zouden krijgen, hadden we niet verwacht.
 



Als we terugkomen zitten mijn ouders lekker in het zonnetje op het terras met een kopje koffie en ik ga er lekker bij zitten. Ad gaat nog wat software downloaden op de laptop van Maya en Maya wast haar kleren uit. Nu ons mam er is kan ik lekker Amerikaans Jokeren dus daar maak ik gretig gebruik van. We hebben de gehele middag gekaart. Ondertussen heeft Ad aan Maya een hoop over de computer geleerd en heeft hij van alles gedownload op haar PC, want nu hebben we draadloos internet en hebben we daar de kans toe. Ons pap heeft een beetje gelezen, Sudoku gespeeld en is later in de middag even op bed gaan liggen vanwege zijn hoofdpijn.

Met de diarree gaat het met beiden redelijk goed aan het einde van de dag en we vragen of ze zin hebben om mee te wandelen naar het winkeltje waar we de hoofdlampjes hebben besteld en daarna bij de Thai te gaan eten. Ze durven het wel aan en ons pap zet ook meteen zijn hoofdkapje op als we vertrekken. Voor 3 goede hoofdlampjes inclusief nieuwe batterijen betalen we € 10,50 en dat is bijna de helft van de prijs die we voor zo’n lampje in Pokhara hebben betaald. Ad heeft al zo’n lampje, maar de mijne is niks waard en dus kopen we er nu 3 voor mij eentje en voor mijn ouders ieder eentje, voor als we gaan hiken.

Op de weg terug passeren we het Thaise restaurant en gaan daar lekker eten. Ons pap en ons mam nemen vandaag een keertje niet al te veel om hun darmen even niet te veel te belasten en dan nemen ze straks nog wel een aantal droge meelkoekjes, voordat ze gaan slapen. De Thai is wel veilig om te eten, dus dat moet toch goed gaan. We zijn om 20.30u terug bij het hotel en mijn ouders gaan meteen hun bed in. Ad geeft weer een computerles aan Maya en ik kijk ondertussen naar de televisie, echter mijn ogen vallen al snel dicht, dus dan ga ik ook maar meteen slapen. Hoe lang Ad en Maya nog verder bezig zijn geweest weet ik niet.


Maandag 26 November 2007: Het zonnetje schijnt alweer.

Vanmorgen zijn ons pap en ons mam al om 08.45u op onze kamer. Met ons pap gaat het al weer een beetje beter en hij durft het wel aan om vandaag naar Bhaktapur te gaan. We nemen een taxi en rijden meteen die kant in. Het is redelijk druk op de weg en het is toch 15km rijden, dus dat duurt wel eventjes.
Ons pap zit voor in de auto naast de chauffeur en regelmatig komen er in het Nederlands kreten uit: ‘Dat zou ik maar niet doen!’, ‘Dat zie je toch dat dat niet gaat!’ en ‘Tsjonge, jonge!’. De chauffeur moet er wel mee lachen, hij verstaat er niks van, maar hij heeft wel vaker toeristen vervoert en begrijpt dat ze niet gewend zijn aan het verkeer hier en dat ze het daar dan over hebben.

We arriveren echter veilig in Bhaktapur en we betalen onze chauffeur net iets minder dan de helft van het bedrag. Hij heeft namelijk beloofd dat hij ons straks ook weer terug brengt naar Kathmandu. We geven hem een tijd dat we ongeveer terug zullen zijn, zodat hij tussendoor ook nog wat ritjes aan kan nemen en hij geeft ons zijn telefoonnummer, voor het geval dat we eerder terug zouden zijn. We betalen de absurd hoge, voor Nepalese begrippen, entree prijs van 8 en halve euro per persoon in dollars. Aangezien namelijk de koers van de dollar nu zeer gunstig staat, scheelt dat voor ons ongeveer anderhalve euro per kaartje, hebben we het ontbijt van zo meteen zowat gratis.

Bij de entree poort staan al weer een hoop gidsen die ons allemaal graag een rondleiding willen geven. Maar wij willen eerst lekker een goed ontbijtje in een ontzettend mooi guesthouse, waar we boven op het dakterras een super uitzicht hebben over de bergen en over het Taumadhi plein met de enige vijf verdiepingen tellende tempel in Bhaktapur (Nyatapola). We genieten heerlijk van het zonnetje, van het lekkere eten en van het mooie uitzicht. Alleen de bergen liggen jammer genoeg in de mist, waardoor we ze haast niet zien. Het Siddhi Laxmi Guesthouse en cafe is echt super en niet toeristisch. Omdat het een klein beetje verscholen ligt aan een klein binnenplaatsje, kunnen de meeste toeristen het waarschijnlijk niet gevonden krijgen. Nu zijn we namelijk de enige gasten en de vorige keer dat we hier waren ook al.

De gegevens van Siddhi Laxmi guesthouse:
Narayan Chowk, Thaumadhi Square, 977-1-6612500

We lopen daarna terug naar de ingang van Bhaktapur en vragen aan de kaartjes controleur of hij niet een goede gids kent, met de nadruk op goede. Binnen een paar minuutjes is hij terug met een jongen van een jaar of twintig welke netjes Engels spreekt en wat ons voor 2 euro het stadje wel wil laten zien. We vragen voor de zekerheid nog wel even of hij ons dan wel alles laat zien, want in Patan moesten we bijna 3 keer zo veel betalen en dat is kleiner dan hier. Ik wijs op de plattegrond alles aan wat we willen zien en hij knikt instemmend, alles voor 2 euro. Hij spreekt ook perfect Engels, dus we hebben een deal.

Hij laat ons ook inderdaad alles zien en verteld honderduit over alle tempeltjes en het voormalige paleis. Samen met hem gaan we ook binnen op de binnenplaats van het paleis kijken, dat hadden we de vorige keer gemist en zien het ontzettend mooie bad van de koning en de koningin met de bescherming van de cobra’s rondom het bad.
 



Onderweg zien we natuurlijk ook een hoop leuke winkeltjes en Maya koopt een leuke gebreide pet voor haar zelf.
 



Op de markt langs de groentes, die zijn moeder verkoopt, ligt op de grond in een paar dekentjes een baby’tje te slapen. En even verderop staan de manden met de rest van de groentes in de schaduw te wachten om ook verkocht te worden.
 



Op Pottery plein, waar allerlei kleien voorwerpen worden gecreëerd, gebakken en geschilderd of vernist zien we natuurlijk ook de nodige ambachtslui aan het werk.
 



Als we vrijwel alles hebben gezien vertelt de jongen dat hij op de kunstschool zit die door echte Tibetaanse monniken wordt gerund en waar ze de originele Tibetaanse schilderkunst leren. Als we willen, zijn we welkom om een kijkje te komen nemen. Nou wij willen best even kijken en volgen hem naar de school.

Dit is ook de school waar de kinderen ons de vorige keer naartoe wilden brengen om ons hun schilderijen te laten zien. De vorige keer waren we daar echter niet meer aan toe gekomen, maar nu maakten we er toch nog even tijd voor.

Op weg erheen zien we nog een geit geofferd worden voor de een of andere god. Ons mam en ik lopen snel door. Maya, ons pap en Ad kijken toe, maar Maya ziet naderhand toch wel een stukje bleker als van te voren en had het achteraf toch liever niet aangezien. Ze was er danig van onder de indruk.

In de school zien we verschillende schilderaars aan het werk. Wat een priegel werk en wat een enorme vaste hand hebben die mensen toch. Op de school zitten een stuk of 10 meesters die hun kennis overbrengen op een ieder die het wil leren. En in de ruimte waar alle kant en klare schilderijen liggen krijgen we de werken van de meesters te zien en natuurlijk ook van de leerlingen.

Je kan wel heel erg goed het verschil zien als er een meester aan het werk is geweest of een student, maar die schilderijen zijn als souvenir dan wel meteen onbetaalbaar. We vragen onze gids hoe lang hij al op deze school zit en dat is 2 jaar. Het duurt echter minstens 15 jaar voordat je jezelf een meester kan noemen. De studenten werken ook met meerdere personen aan een schilderij. De beginnelingen doen alleen de achtergrond kleuren vullen en dan komt de volgende met het gedetailleerdere werk en als laatste komt de student die al tenminste 10 jaar op de school zit en die mag met de goudverf aan de slag om de laatste puntjes en streepjes op het schilderij te zetten. Alle kleuren maken ze zelf van natuurlijke materialen zoals stenen, planten en kruiden. Ze kunnen ook nooit exact dezelfde kleur terug krijgen, want ze worden allemaal met de hand gemaakt.

Er zitten echt prachtige schilderijen tussen en als we op een gegeven moment een schilderij zien waar onze gids de achtergrond kleuren van heeft opgevuld zijn we verkocht en kopen het als een mooi aandenken aan Nepal.
 



Buiten de school zien we bij het tempeltje, waar de geit geslacht was, voordat we de school in gingen, nu een hele hoop mensen staan. Allemaal schalen met vuur, veel bloemen en versieringen en opeens ook 2 karretjes met 2 hoogbejaarde mensen erin. Het bleek dat de twee 80-jarigen opnieuw getrouwd werden. De man en de vrouw zijn al meer dan 50 jaar met elkaar getrouwd en het is een gebruik in Nepal dat als man en vrouw boven de 80 zijn en nog allebei in leven, dat ze dan nogmaals getrouwd worden.

Och arme, die menskes zaten erbij en met name de man zat meer te pitten, dan dat hij geestelijk bij de plechtigheid aanwezig was. Toen ik een foto wilde maken werd hij wakker geschud en deed hij netjes zijn best om te lachen en meteen erna vielen zijn ogen weer dicht, liet hij zijn hoofd hangen en sukkelde hij weer in. De familie maakte er wel een gezellig feest van, maar meer voor zichzelf dan voor het bruidspaar, want als ze het aan hen gevraagd hadden, had het waarschijnlijk allemaal beslist niet gehoeven.
 



We nemen afscheid van onze gids en rijden in onze taxi weer terug naar Kathmandu waar we de chauffeur vragen om ons bij New Road af te zetten. Daar was onze chauffeur zeer blij mee, aangezien het verkeer compleet vast zat en New Road een heel stuk voor ons hotel was, dus dat scheelde hem zeker een half uur stapvoets rijden in deze verkeerschaos.

We wandelen door New Road en dan via Thamel richting ons hotel. Wat een verschil met Bhaktapur, waar geen motorvoertuigen in het centrum mogen komen, behalve dan het bestemmingsverkeer dat goederen af moet leveren of op moet halen. Hier in Kathmandu is het gewoon weer een gekkenhuis en ondanks dat in Thamel de straten ontzettend smal zijn komt er toch nog alles doorheen.
 



Onderweg kopen we nog een aantal boeken voor Maya van Windows, Word en Excel, Photoshop en EHBO, alles in het Engels. We besluiten om lekker terug te lopen naar het hotel en dit keer gewoon het diner te nuttigen in ons hotel. We hebben vandaag namelijk al genoeg gelopen en geslenterd. ’s Avonds kaart ik nog lekker met ons mam, Ad en Maya zijn met de computer bezig en ons pap speelt Sudoku.


Dinsdag 27 november 2007: En alweer hebben we mooi weer.

Vandaag doen we het weer iets rustiger aan. Onze ruit is nog steeds niet gearriveerd, dus we moeten nog een dag extra hier blijven. Beneden bij de receptie boeken we voor tenminste 1 nacht bij en daar krijgen we te horen dat het voor vandaag nog wel kan, maar voor morgen is het hotel volgeboekt, dus nu maar hopen dat we morgen dan ook echt de ruit vrij kunnen krijgen bij de douane, anders moeten we voor morgenavond nog een ander hotel regelen. Laten we er maar het beste van hopen. We nemen een lekker ontbijtje in het hotel en wandelen daarna op ons gemakje naar Bodhanath in het Noord-Oosten van Kathmandu. We lopen via binnendoor weggetjes, die natuurlijk niet op onze kaart staan en vragen overal de weg. Ik twijfel echter enorm aan de navigatie kunst van de mensen hier, want als we op een gegeven moment bij de rondweg uitkomen zijn we al ruim te ver Noordelijk van Bodha (zoals de Nepalezen de Stupa noemen). We moeten langs de rondweg een heel eind terug, waarlangs we een hoop kunstenaars op stenen zien beeldhouwen, richting het Zuiden en slaan dan linksaf een grote straat in, waar net op dat moment een processie gehouden wordt.
 



Twee uur nadat we vanaf ons hotel vertrokken zijn arriveren we bij Bodha. Als we eenmaal binnen de poort zijn is het gelukkig weer een stuk rustiger, want hier is weer even geen verkeer.
 



Meteen als we binnen komen worden we aangevallen door een journalist die ons wil interviewen voor de krant, of we daar tijd voor hebben. We hebben de tijd, maar het moet niet te lang duren. We wilden eigenlijk ergens gaan drinken voordat we deze man ontmoet hadden en deze man stelt voor om met ons in een restaurantje het interview af te nemen onder het genot van een drankje. Nou nee hoor, daar hebben we totaal geen behoefte aan, stel de vragen hier maar gewoon op straat. Hij stelde ons een paar vragen en toen kwam een of ander tijdschrift te voorschijn wat we konden kopen en waar meerdere Nederlanders hun zegje in hadden gedaan. Dat werd dan naar ons thuisadres opgestuurd en dus moesten we ook even betalen voor de verzendkosten. Nou nee, daar hebben we totaal geen behoefte aan en we namen heel snel afscheid van de man. Van zo’n mensen ben ik niet gediend. Gelukkig had ik Ad er straks van kunnen overtuigen om niet iets met hem te gaan drinken, want dan hadden we zijn drankje nog moeten betalen ook, en kom je er al helemaal niet vanaf.

Hij is wel slim, laat de mensen zijn drankje en hapje betalen, stelt wat domme vragen en wil dan geld voor de verzendkosten van het blad. Het blad komt natuurlijk nooit en bestaat niet eens maar hij komt zo wel aan inkomen. Helaas voor de man zijn wij niet helemaal gek en druipt hij af. Als we een rondje maken om de stoepa is hij er al weer en is al weer vergeten dat hij ons al aangesproken had. Als ik zeg “Alweer” schrikt hij en loopt hij snel verder. Iedereen probeert hier aan geld te komen en de meeste toeristen zijn op dat gebied redelijk naïef en geloven alles. We maken nog een rondje rond de Stupa, bezoeken meerdere schilderijen winkeltjes totdat mijn ouders ook een leuk souveniertje vinden voor thuis, bekijken de tempel en vinden dan een leuk restaurantje met een dakterras, dus een mooi uitzicht over de Stupa en de bergen, die alweer in een mist liggen.
 



We drinken op ons gemakje wat en nemen dan lekker een taxi terug naar het Royal Palace. We zitten midden in de spits en er is nagenoeg geen doorkomen aan. Ik had een hele mooie prijs afgedwongen bij de taxi chauffeur en daar had ik nu spijt van, want het duurde wel even wat langer als verwacht. Bij het uitstappen gaf ik hem dus bijna het volle bedrag wat hij in eerste instantie vroeg en hij was compleet verbaasd, waarom ding je dan af moet hij gedacht hebben, maar hij nam het geld gaarne in ontvangst en het extra geld gaf ik hem onder het mom van een fooi. De taxi chauffeur ook weer gelukkig en ik een zuiver geweten.

We splitsen onze wegen. Ik loop samen met ons mam en pap terug naar het hotel en Ad gaat samen met Maya op zoek naar een UPS, want de batterij van de laptop doet het niet meer en ze hebben nogal regelmatig stroomuitval in Pokhara en dat is niet bevorderlijk voor de laptop om abrupt zonder netjes af te sluiten, uitgeschakeld te worden.

Als Maya en Ad daarna terugkomen van het shoppen gaan we gezellig met zijn vijfjes bij de Japanner eten. Meteen als we binnenkomen vragen we of ze vandaag wel vis hebben en lachend knikken ze instemmend. Ze kennen ons nog van de vorige keer, dat we bijna wegliepen omdat ze geen vis hadden en dat willen ze waarschijnlijk niet nog een keer meemaken. Alhoewel ons pap nog steeds niet al te veel eet, smaakt het iedereen toch wel lekker. Terug in het hotel wordt er weer volop gecomputerd, want nu hebben we nog gratis internet, en wij doen lekker kaarten.


Woensdag 28 november 2007: De eerste dag dat het bewolkt is, maar dat is niet erg, want als het goed is kunnen we straks terug naar Pokhara.

We staan op tijd op, en nemen gezamenlijk een ontbijtje. We praten nog even met de gezellige obers en krijgen te horen dat een van de twee 16 uur per dag werkt. 8 uur werkt hij hier in het Ambassador hotel en daarna gaat hij nog 8 uur werken in een catering bedrijfje. De meeste mensen hebben hier dubbele banen om rond te kunnen komen.
 



Hierna pakken we onze tassen in en checken uit. Ons pap en mam blijven in het hotel totdat wij onze ruit bij de douane losgekregen hebben en dan komen we ze met ruit en al oppikken uit het hotel en rijden we naar Pokhara. Jan staat al beneden met zijn koffer en rugzak, maar het meisje achter de balie zegt dat we heel de dag 1 kamer mogen houden voor de koffers en om te douchen. Wat een service heeft dit hotel. Normaal moet je hier altijd om vragen en kost het je altijd geld. Nu wordt het aangeboden en ook nog gratis. Wij nemen een taxi naar het vliegveld en gaan op zoek naar het administratie kantoor van Gulf air en dit keer gaat alles van een leien dakje. We krijgen in het eerste hokje een formulier wat we een verdieping hoger af moeten geven en waar we 26 roepie moeten betalen. Daarna weer terug naar hokje 1 en krijgen we een formulier mee wat we af moeten geven op het cargo vliegveld. We nemen weer een taxi naar het Cargo vliegveld wat 10 minuten rijden verder ligt. Daar aangekomen komt een man naar ons toe die ons verder wil helpen. Natuurlijk niet voor niets maar zonder hem kunnen wij het wel vergeten. Dan wordt het weer een hokjes dans en als dan eindelijk komt de ruit tevoorschijn.

We zien dat de eikels niet kunnen lezen en zelfs niet eens kijken naar de opschriften op de krat. De pijlen die aangeven wat de bovenkant is wijzen natuurlijk naar beneden en ondanks het feit dat er op de krat staat Fragile, caution glass en This site up. Wordt er niet echt zachthandig mee omgegaan. Ik flip bijna als ze de krat op zijn kop vervoeren en ze worden heel snel en draaien de krat om. Susan en ik hebben een zakmes bij ons met schroevendraaier en ons hart klopt in onze kelen als we de schroeven verwijderen. Als de deksel van de krat wordt getild schieten de tranen ons bijna in de ogen…… De ruit is heel YES YES. We maken bijna een dansje van vreugde en maken de kist maar weer snel dicht.

De man die ons helpt zegt dat we misschien beter de kist nog even open kunnen laten omdat de inhoud nog gecontroleerd moet worden. Als hij na een uur nog niet terug is besluiten we maar de krat dicht te schroeven. Als we bijna klaar zijn komt de man terug met een hoog geplaatste douane beambte en natuurlijk moet de kist weer open. Zelfs als alle omstanders zeggen dat er een ruit in zat blijft de man volhardend. De kist moet open. Ik geef hem de schroevendraaier en zeg dat hij hem zelf open mag maken.

De vorige keer had Susan geen schroevendraaier bij en was er ook nergens een te vinden op de luchthaven. De kist mocht toen dicht blijven. We besluiten toch maar om de schroeven eruit te draaien en dan wordt het wachten. De man is natuurlijk gekrenkt door de grote mond van Susan en laat ons nu wachten. Ineens zie ik een man richting onze kist lopen. Hij is te beroerd om om de kist heen te lopen en stapt met zijn volle gewicht vol op de deksel van de kist, die nu dus niet af gesloten is. Dan wordt het me te veel en met volle kracht geef ik hem een duw en schreeuw ik niet al te nette Engelse woorden en ipv de 1 meter per minuut die de lambal eerst aflegde vliegt hij nu ineens met 5 meter per seconden vooruit. Hij schrok zich rot en is zich in eerste instantie van geen kwaad bewust. Als dan de man van de luchthaven verteld dat dit reeds de tweede ruit is die we hier ophalen biedt hij zijn verontschuldigingen aan.

Het was maar goed dat we de deksel terug op de kist hadden gelegd anders hadden we nu weer een gebroken ruit gehad en had ik vermoedelijk voor moord vastgezeten. Dan komt de controleur terug, voelt een keer aan de ruit, en gaat weer weg. Dan moet hij het carnet hebben en wordt er weer in het carnet gezet dat we een ruit hebben ingevoerd. Dan komt de man weer terug, want hij moet een serienummer van de ruit hebben. Hij schrijft het nummer op de sticker die op de ruit zit. Als ik hem zeg dat deze sticker er bij montage af gaat kijkt hij een beetje dom uit zijn ogen maar schrijft het nummer toch in het carnet.
Eindelijk zijn we klaar. Natuurlijk komen daar weer de open handjes van de mensen die denken dat ze iets voor ons gedaan hebben en daarvoor natuurlijk geld willen zien. Twee mensen hebben ons echt geholpen en die betalen we maar diversen gaan met lege handen naar huis.
Met een van de medewerkers van de luchthaven sjouwen we de krat naar een veldje buiten de poorten van de luchthaven en wachten we op ons busje dat van Pokhara onderweg is naar ons om ons op te halen.

Het is nu 15:00 uur en rond die tijd zou hij arriveren. Als Maya en ik even naar een telefoonwinkel lopen om de chauffeur te bellen blijkt hij in de file te staan er is een kind aangereden en als dat gebeurd wordt de chauffeur vaak gelyncht en de auto in brand gestoken. De weg sluiten ze dan ook maar voor een dagje, wat voor een hoop ellende zorgt. De chauffeur was zo slim om de benen te nemen, maar de auto werd wel de dupe van de agressie van de omstanders.

De chauffeur zegt dat het nog wel een uurtje of 2 kan duren en we proberen dus maar een taxi naar het hotel te regelen, zodat we lekker kunnen eten en kunnen zitten. Hier is geen mogelijkheid om iets te eten en zelfs zitten is een probleem door al het afval wat er hier ligt. Verschillende taxi chauffeurs helpen ons om een pick-up truck te vinden waar de ruit en wij in passen. Na een kwartiertje hebben we een pick-up geregeld die voor een goede prijs ons weg wil brengen. Onderhandelen is hier echt een must en Susan is hier echt een specialist in. Ik schaam me soms als ze een tegenbod doet maar aan het einde lacht iedereen en kost het vaak minder dan de helft van de vraagprijs.

Als we op de laadbak klimmen van de pick-up zien we dat de lucht rechts van ons er dreigend grijs uitziet en we zijn blij dat we naar het hotel kunnen . Na een turbulent ritje door de spits van Kathmandu staan we ineens in de file. Een taxi heeft panne en staat stil in een smal straatje. Niemand kan er door en achter ons staat een vrij nieuwe auto en de chauffeur blijft maar toeteren. Denkt die randdebiel nu echt dat het toeteren helpt? Ik wil uitstappen om hem te zeggen dat wij hier voor de lol in de file staan en dat toeteren niet helpt. Want dat denkt die debiel op dit moment. Zelfs als er een vrachtwagen zou kantelen, en de weg zou versperren en de bestuurders, die moeten stoppen, dit goed kunnen zien blijven ze toeteren, omdat ze denken dat ze dan sneller door kunnen rijden. Bij ons zou zo een chauffeur meteen op zijn bek zijn geslagen maar hier is het toeteren de normaalste zaak van de wereld.
 



Als we tegen Maya zeggen dat dit toeteren brandstof kost lacht ze en kijkt ons ongelovig aan. Ze denkt echt dat verlichting van een auto en het gebruiken van een toeter geen brandstof kost. Als we uitleggen dat dit niet zo is. Vraagt ze hoeveel brandstof dat dit kost en vertellen we haar dat het continue toeteren misschien wel 0,5 % extra brandstof kost. En airco soms wel 10% extra brandstof.
 



Als we aankomen in het hotel gaan we eerst even eten, zodat we vanavond geen honger hoeven te lijden en ook zeker klaar zijn als de taxi ons op komt pikken. Maya belt de chauffeur van ons busje en die staat nog steeds op dezelfde plek als een uur geleden. Maar goed dat we dan nu hier kunnen wachten. Jan voelt zich nog steeds niet optimaal en neemt slechts een soepje. De rest eet wel een lekker maaltijdje.

Om half 7 komt het busje het terrein van het hotel oprijden en snel laden we onze spullen in de bus. De chauffeur weet een binnendoor weg zodat we een deel van de file kunnen omzeilen. Totaal doen we er meer dan 2 uur over om Kathmandu te verlaten en dat de rust een beetje wederkeert in het busje.

Jan zat zich enorm te ergeren aan het verkeer en roept regelmatig in het Nederlands tegen de chauffeur als die in wil halen “Ik zou het niet doen… Dat lukt nooit…. Wat een debielen enz enz ”.

Rond een uurtje of half 12 stopt het busje in een klein dorpje om wat te eten. Wij hebben gegeten en gedronken als we de restaurantjes hier zien, maar de chauffeur laat het zich goed smaken. Jan moet eigenlijk naar de wc, maar als hij het restaurant naar binnen loopt samen met de chauffeur en Susan, die ook naar de wc moet, hoeft hij toch ineens maar niet meer. Een klef gat in de grond is de enige wc die ze hier hebben. Geen wc papier en zelfs geen emmertje water, waarmee je met je hand het zaakje moet schoonmaken. Flink wrijven met de natte handjes is de enige remedie. Dan de broek omhoog en uren zitten te soppen met de natte broek. Wat een avontuur voor sommige mensen en voor anderen een ramp. Susan is er al aan gewend en samen met Maya, die intussen ook maar uit de bus is gekomen om haar behoefte te doen durven die twee het wel aan. Zo goor als daar heeft Susan het echter maar zelden meegemaakt, maar ja, als je moet, dan moet je.

Pas om 2 uur in de nacht komen we in Pokhara aan. Kame verwelkomt ons en ook zijn vrouw komt haar bed uit om ons te begroeten. Zelfs omaatje, die weliswaar in bed blijft zitten, wordt wakker van ons gerommel, maar ze vindt het geweldig dat we weer terug zijn en nu eindelijk Susan haar ouders ontmoet. We bouwen de zithoek om tot logeerbed en gaan snel slapen. Gelukkig bevalt het bed goed en is iedereen gelukkig. Zelfs de wc is een verademing, schoon, privé en maar 2 meter lopen.


29 en 30 November 2007: lekker weertje waar jullie in het koude Nederland jaloers op zouden zijn.

Aangezien Jan zich nog niet lekker voelt doen we deze dagen niet veel meer dan lamballen. We ontbijten in het zonnetje en vermaken ons heel de dag met het schrijven van de reisverslagen, de kleren wassen en het spelen van spelletjes. Ik maak met Maya de Medical cursus af en leer haar om Windows en Photoshop te gebruiken. Ze leert snel en is dankbaar voor elk beetje informatie ze krijgt. We moeten nog het praktijk stukje doen voor Medical (EHBO), maar dat komt nog wel en ook moet ik nog wat software kopiëren, zodat ze, na een eventuele crash van de computer, alles weer kan installeren.

We eten elke avond in Lakeside en dat doen we zonder Jan. Hij blijft liever in de camper. Hij voelt zich helemaal niet goed en is bang dat hij half weg naar de wc moet en als je de wc’s hier hebt gezien begrijp je wel waarom hij daar niet blij mee is. Dit was het verslag weer voor de laatste 3 dagen. Het is het kortste verslag in de geschiedenis van deze website. Doordat Alda en Jan hier zijn verzuimen we ook vaak om op de dag zelf het verslag te maken en als je dan een week later de verslagen moet typen ben je vaak alles van een specifieke dag reeds vergeten. Vanaf 1 December maken we de verslagen weer elke dag en zal niets de dans ontspringen.

Groetjes vanuit een heerlijk zonnig Pokhara waar we nog ongeveer 2 weken zullen verblijven. Daarna brengen we Jan en Alda weer naar de luchthaven van Kathmandu en als we na 2 dagen weer terugkomen in Pokhara maken we ons klaar voor de trip door India. Ons visum loopt 24 December af en dan moeten we in ieder geval weer in India zijn. Het zal wel wennen worden, want hier is het ’s nachts heerlijk koel en in India zullen de temperaturen weer oplopen tot ver boven de 35 graden.









Copyright © door Een reis rond de wereld Alle Rechten Voorbehouden.

Gepubliceerd op: 2007-12-07 (2286 maal gelezen)

[ Ga terug ]
Content ©
Volg onze reis online, 5 jaar met de DAF de wereld door


PHP-Nuke Copyright © 2005 by Francisco Burzi. This is free software, and you may redistribute it under the GPL. PHP-Nuke comes with absolutely no warranty, for details, see the license.
Pagina Rendering: 0.06 Seconden