Welcome to Een reis rond de wereld

Travel now and work later

Hoofdmenu

Translate to any language, choose your language here above..



Reisverhalen
Wereldreis op datum:
2009

Wereldreis per land:




Favoriete links


Terugblik op.. (pdf)


De camperbouw en de dagelijkse bezigheden


Info & materialen


  
13 t/m 17 september 2007





Donderdag 13 september 2007: overdag 25 graden en in de nacht vorst.

GPS overnachting Tso Moriri meer N32.57,955 en E078.16,187

Als we wakker worden staat het ontbijtje al klaar, tijdens het eten verzend ik even de update van de laatste 2 dagen en daarna laad ik de Quad weer in de garage.

We willen afrekenen en Susan geeft Dholma 1500 roepie ( 30 euro) voor de 4 dagen dat we gestaan hebben, elke dag ontbijt en een maal diner. Ook hebben we vele malen thee gehad en wij vonden de 30 euro een redelijk bedrag. Dolma vind het veel te veel en geeft 1000 roepie terug. We krijgen het niet voor elkaar om meer te betalen. Tien euro voor deze gastvrijheid is echt voor niks. Ik maak nog wat foto’s voor op het internet en beloof dat ik een pagina maak voor het guesthouse en die op mijn website zet.

Karma en Dolma we are very glad that we have met you, and that you made the time in Leh unforgettable.


Voor elke overlander of backpacker die Leh wil bezoeken is het Buddha Garden Guesthouse een aanrader 10 km voor Leh aan de doorgaande weg.

GPS Buddha Garden Guesthouse N34.05,619 en E077.36,447.

Zelden hebben we zo een gastvrijheid meegemaakt. Deze mensen hebben alles gedaan om het ons naar de zin te maken en daarvoor werden kosten nog moeite gespaard.

Zonder hun was Leh lang niet zo mooi geweest. We hebben op onze truck ook de vlag van Tibet geplakt en daar met een stift bijgeschreven Free Tibet (Ladakh) en dat vonden ze prachtig. Ik had nog wat spullen voor de bbq in Turkije gekocht en aangezien we de bbq al weggegeven hadden in Amritsar hebben we de rest maar aan Karma en Dolma gegeven.

Natuurlijk kregen we daarna ook weer een cadeau van hun, een Tibetaans gelukspoppetje en een schilderijtje. Karma glundert als we de Tibetaanse vlag die we van hem hebben gekregen in de cabine ophangen en roept thank you, thank you. We hopen echt dat Tibet ooit verlost wordt van de Chinezen maar de kans is erg klein.

Om tien uur vertrekken we en rijden we richting Upshi om via een goede weg naar het Tso Moriri meer te rijden. De eerste 150 km zijn echt super, maar daarna is de weg verdwenen. Er lopen vele sporen door de woestijn maar welke moeten we nu hebben??? De navigatie biedt uitkomst en rond 17:30 komen we bij het meer aan.

We parkeren op een vlak stuk beton waar normaal tenten staan en zien een klein restaurantje. De eigenaar komt even bij de truck kijken en ik vraag of we hier mogen overnachten.

Natuurlijk geen probleem. Ik vraag hem of we iets kunnen eten en hij zegt dat ze eigenlijk geen restaurant zijn maar een guesthouse. Er zijn 6 gasten, 4 Fransen en 2 Duitsers en die eten vanavond Tibetaans. De man gaat even bij de kok vragen of hij voor 2 personen extra kan maken. Hij nodigt ons uit voor de thee en we zitten gezellig met 2 oudere Duitse mannen te praten. We krijgen te horen dat we voor 5 euro pp mee kunnen eten en dat de thee incl. is. Voor India is dit best wel aan de prijs, maar alleen de gezelligheid is het al waard.

Het meer ligt op een hoogte van 4552 meter en het water is brak, dus geen zoet water meertje op deze hoogte. De bergen steken op deze hoogte nog steeds ver boven het meer uit. Het was te laat om mooie foto’s te maken maar dat maken we morgen vroeg wel goed.

In de camper hebben we de kachel aangestoken en het is heerlijk warm binnen en dat terwijl het buiten vriest!!!. Over een kwartiertje is het eten klaar en gaan we gezellig in het guesthouse zitten en lekker dineren.
 




Vrijdag 14 september 2007: vannacht heeft het gevroren en overdag is het rond de 20 graden.

GPS coördinaten waar we wakker werden N32.54,310 E077.35,313 hoogte 4317 meter:

We moeten vroeg op omdat om half 8 het ontbijt klaar staat. Ik zet de motor verwarmer aan en daarna lopen we naar het “restaurant” van het guesthouse. Binnen brandt de kachel. Letterlijk want de houtkachel, die ook gebruikt wordt om bv theewater te zetten, rookt er lustig op los.
 



We krijgen een lekkere omelet, vers gebakken chiabatta’s (de Indiase platte broden), eigen gemaakte perziken jam, een heerlijk glaasje jus d’orange en thee en zitten gezellig te praten met de rest van de gasten. We rekenen 800 roepie (ontbijt en diner voor 2 personen) af en dat is voor India duur, het is ongeveer 17 euro. Maar in de middel of nowhere is het redelijk. Eigenlijk was het de gezelligheid alleen al waard !

Buiten maak ik nog even een paar foto’s van het Tso Moriri meer en dan rijden we richting de Manali road.
 



Het wegrijden is even tricky, want we moeten links en schuin een helling af. Alles gaat goed, ook al staat de Truck even behoorlijk schuin. Als we weer door het check point komen staat de politieman naar ons te zwaaien. Of we even willen stoppen. Nee, daar hebben we geen zin in en we zwaaien terug en doen net of we denken dat hij gewoon vriendelijk naar ons zwaait.


Elke keer als je bij een check point stopt, ben je weer een kwartier bezig met het invullen van het grote boek. Gisteren avond hebben we dit ook al gedaan en we vinden een keer per check point wel genoeg. We worden steeds handiger in dit soort dingen.

De weg is een ramp en hoewel de weg waar we heen moeten, en het plaatsje Pang maar 130 km verder is doen we er heel de dag over.

Een groot deel van de weg is onverhard en zit vol met ribbels. Net een wasbordje. Als we rustig rijden trilt je gebitje weer uit je mond ( als je er een had) en daarom probeer ik het eens met een hoge snelheid. Dit werkt perfect, maar helaas zitten er soms grote kuilen in de weg en moet je vol in je remmen. Het trillen tijdens het remmen is niet te hebben en daarom besluiten we verder maar heel langzaam te rijden.

De kaart klopt voor geen meter en volgens de navigatie moeten we op een gegeven moment afslaan. Dit lijkt niet te kloppen. We vragen het aan een jeep, die voorbij komt en ja hoor de navigatie heeft toch gelijk. We moeten door een kleine nederzetting waar de mensen druk zijn om hun hooi binnen te halen. Nergens staat een bord en de kaart zat er een km of 20 langs.


De weg die volgens ons niet slechter kon worden wordt dus nog heftiger. Soms zie je niet eens waar je moet rijden omdat er sneeuw ligt die het zandpad onzichtbaar maakt. Gelukkig hebben er andere auto’s gereden en zie je soms de afdrukken van hun banden.
 



We moeten nog 40 km en het is al 5 uur. We denken dat we het nooit gaan halen voor het donker en we hebben weer eens gelijk. De laatste 20 km was de weg super, mooi geasfalteerd en we rijden even 50 !!!. Ineens begint de weg te golven en raakt de truck van slag, bij de 2e golf komt hij met 4 wielen los van de grond en als we neerkomen horen we achter in de bak een hoop gerammel. We stoppen meteen en als we de deur openen komt de rijst en zelfs de scanner ons tegemoet. De etenskast is open gevlogen ( voor de eerste keer ) en alles wat er eerst netjes in stond ligt nu over de vloer. De scanner is ook uit een kastje gevallen samen met de printer die gelukkig goed verpakt was. De schade leek groot, maar bleek reuze mee te vallen. Alles werkt nog perfect en het was gewoon een kwestie van vegen en stofzuigen.

Susan maakt nu Lasagne en ik schrijf dit verslag en beantwoord wat e-mails.

Ik heb een mailtje gehad van Hugo ( de ex eigenaar van de truck) en hij kan een nieuwe ruit leveren, 130 euro voor een originele ruit en 700 euro voor een ruit van krasvast lexaan. Ik vind lexaan een beter keuze, ook als is die een stuk duurder. Lexaan is bijna onbreekbaar en overleeft een slag met een hamer. Wij hebben vroeger rioolcamera’s gemaakt en het ruitje voor de camera was ook van krasvast lexaan. We hebben geprobeerd een ruitje te breken met een puntige hamer maar zonder resultaat. Wel natuurlijk een putje op de plaats waar de hamer het glaasje raakte maar met geen mogelijkheid kregen we het glas kapot.

Beter nu een keer bloeien dan straks weer een nieuwe ruit kopen. Bij dit bedrag komt nog wel het verzenden naar India of Nepal. Waar we hem heen laten sturen weten we nog niet maar dat is zorg voor later. We kijken in bed nog even een filmpje en vallen moe in slaap.


Zaterdag 15 september 2007: rond het vriespunt vannacht.

Als we wakker worden stoppen we eerst even de lasagne in de magnetron en smikkelen we er op los. Het Indiase eten is lekker, maar af en toe Europese kost is toch ook wel heerlijk. Ik was me, en stap even uit de camper de vrieskou in om de motor verwarmer en de luchtcompressor te starten. Buiten staan vele tenten die we gisteren in het donker niet hadden gezien. Het is een overnachtingplaats voor de truckers en toeristen die van Manali naar Leh reizen.

Door de ijle lucht en doordat er op deze hoogte maar 55% van de zuurstof is die we normaal inademen ben je snel buiten adem. Ik klim de truck in en uit en sta te hijgen als een oude opa. Hoofdpijn hebben we niet, maar dat komt wel weer als we straks de meer dan 5000 meter hoge pas passeren. Misschien hebben we geluk en zijn we al aangepast aan de enorme hoogte. Als ik rond kijk zie ik de enorm hoge bergtoppen die aan elke kant van deze vallei omhoog reizen .

Binnen brandt ondertussen ook de kachel en is het rond de 20 graden. De kachel die we hebben gekocht is de Webasto 5000, dit is een 5kw diesel kachel en die is eigenlijk veel te groot voor de truck. We moeten hem bijna dichtzetten anders is het binnen een paar minuten 35 graden binnen. Dus ons advies koop een 3kw kachel van Webasto, dat is meer dan genoeg en nog zuiniger in gebruik.

Ook een aanrader is de zonneboiler buiten is het nu 3 graden de warmtewisselaar van de boiler verwarmd het water al met 48 graden !! en dat terwijl de zon net op gekomen is tussen de bergen. De boiler komt van Aton, wil je meer weten, kijk dan bij de technische informatie op de website.

We leggen alles binnen weer vast en vertrekken rond half 10 richting de hitte van India. Of we die vandaag al zullen halen betwijfel ik maar we doen ons best. Vandaag is de laatste dag dat de passen onderhouden worden en daarom willen we zo ver mogelijk proberen te komen. Elke dag zien we al sneeuw naar beneden komen en dat is een slecht voorteken. De grond is nog te warm op de passen om de sneeuw te laten liggen, maar het zal niet lang meer duren voor de sneeuw blijft liggen en voor een hoop gladdigheid zorgt op de gevaarlijke passen. Vangrails zijn er niet en de wegen zijn nu al vol gaten en blubber van de heftige regenval die er is geweest.
 



Jullie weten vermoedelijk al wat er gaat komen…..Soms zijn de wegen redelijk en soms een zooitje. We zijn op de weg naar Leh natuurlijk hier al eens langsgekomen, maar nu we alles van de andere kant zien is het nog mooier. Het uitzicht is onbeschrijfelijk het enige minpuntje is de weg. Op een gegeven moment moeten we nog 80 km naar het plekje waar we op de heenreis hebben gegeten en overnacht. In Nederland zou dit 45 minuten duren, maar hier ben je een uurtje of 6 aan het rijden. Rijden is eigenlijk niet het juiste woord, het zou hobbelen moeten heten.

Onderweg zien we met grote regelmaat een truck helemaal onder in het ravijn liggen. Niet echt een bemoedigend gevoel, zeker niet als je soms moet stoppen voor een tegenligger en je linkerwiel op centimeters van het ravijn staan. Je moet echt alle twee helemaal aan de kant anders is het onmogelijk om elkaar te passeren. Voor mensen met hoogtevrees is dit niet echt een ideale pas. Ik heb in mijn leven al best wel wat rijervaring opgedaan, maar dit kun je niet beschrijven. Het zelf meemaken is de enige manier om te begrijpen wat wij doormaken.

Je went er wel aan, want mijn hartslag blijft op pijl zelfs als de banden een paar cm over de rand van het ravijn heengaan. Natuurlijk niet tijdens het rijden op snelheid, maar meer tijdens het stapvoets parkeren om plaats te maken voor een tegenligger.

Ik heb trouwens ook nog nooit zo een dom volk gezien als de vrachtwagenchauffeurs in India. Er wordt aan de weg gewerkt en aan beiden kanten van de weg moet het verkeer wachten. Wat doen nu de truckchauffeurs? Iedereen denkt dat hij voorrang heeft en gaat gewoon de truck die voor hem staat voorbij, op de verkeerde kant van de weg. Resultaat…... alles staat vast.
 



Als iedereen nu gewoon wacht op zijn eigen weghelft tot het opstakel, in dit geval een wals, aan de kant is. Maar nee wachten is geen optie. Wat ze niet begrijpen is dat ze nu een uur vast staan, terwijl ze anders na een kwartiertje al weer hadden gereden.

Zo gaat het elke keer hier, menig keer hebben we uren moeten wachten, omdat iedereen denkt eerst te mogen en door hun stomme gedoe alle twee de weghelften worden geblokkeerd.

Waar je ook redelijk ziek van wordt zijn de jeeps. Ze komen van achter en blijven toeteren, dit omdat ze vinden dat ze meer zijn dan een truck, de truck moet meteen stoppen zodat de jeep voorbij kan…. Ja daag!!! Als ik een plekje zie en ik aan de kant kan zonder te stoppen vind ik het oké. Maar om stil te gaan staan op een megasteile helling en de koppeling op te roken voor zo een jeep NEVER.! Soms heb je een toeterorkest achter je van wel 5 minuten en als je ze dan voorbij laat stoppen ze 100 meter verder voor een plaspauze.

Spiegels en lichten zijn ook een optie en niet verplicht in India. De spiegels worden netjes naar binnen geklapt, als er al spiegels zijn, om ze heel te houden en worden dus niet gebruikt. Ook achterlichten waaraan je kunt zien welke kant een truck op wil gaan of dat hij remt zijn een zeldzaamheid.
 



Als we aankomen bij het hutje waar we de heenreis hebben gegeten staan de eigenaar en zijn vrouw al op ons te wachten. Ze herkennen de truck en willen graag dat we weer in hun eettentje komen lunchen. Er zijn nog een paar restaurantjes in deze nederzetting en verder is er helemaal niets. Tot het einde van deze maand houden ze hun restaurantje open en daarna gaan ze naar Manali, waar ze gedurende de winter wonen. Het eten is weer heerlijk en rond 3 uur rijden we weer verder richting de top van de Rotang pas waar we willen overnachten.

We hopen ook dat we snel bij Tandi komen, want daar is een dieselpomp. In de bergen zuipt het Dafje behoorlijk en tussen Leh en Tandi zijn geen pompstations. Omdat we ook nog een 240km omweg hebben gemaakt naar de meren wordt het krap met de diesel.

We hebben 300 liter als hoofdtank en 200 liter reserve die we normaal gebruiken voor de kachel, kookplaat en generator. We kunnen in de cabine omschakelen tussen deze twee tanks, maar dit werkt niet goed. Doordat ze de dieselleidingen in Turkije een paar keer hebben losgemaakt lekt de leiding van reservetank en beetje en trekt dus lucht de leidingen in.

Resultaat, een beroerd stationair lopende motor en na een half uurtje een algeheel weigeraar. Dan moeten we de motor weer ontluchten en aangezien dat wel zo gebeurd is, maar het je behoorlijk klef maakt, is dit geen pretje. We rijden dus altijd op de tank van 300 liter. We haalden de pomp met gemak en er moest 185 liter diesel bij om hem weer helemaal vol te krijgen. Binnen 5 minuten stonden er, zoals altijd in India, 20 man om de auto heen en ineens hoorden we perfect Engels. Een toerist met auto panne kwam even een praatje maken. We reden weer verder en dachten de top die 57 km verder ligt gemakkelijk te halen.

Ja, na een half uurtje veranderde de weg in de gatenkaas van zand en kiezels en haalden we 8km gemiddeld. Voor ons reed een truck en toen die een brugje naderde kwamen van de andere kant een horde koeien aan. Een koe is heilig en heeft voorrang in India, maar toen de koeien de brug op liepen reed de chauffeur gewoon aan. Half weg de brug moest hij stoppen en de koeien bleven doorlopen rechts langs de truck. Ik stond er achter geparkeerd, net buiten de brug, en zag de koeien langs de truck lopen. Een koe dacht slim te zijn en probeerde aan de linker kant de truck te passeren zijn kop paste net tussen de truck en de reling maar zijn dikke lijf niet. Hij bleef wringen en proberen om er door te komen. Na een minuut of 5 gaf hij op en liep hij toch maar aan de rechter kant langs de truck. Ik had verwacht dat heilige koeien slimmer waren, maar niet dus!!

Het werd al donker en op de heenweg hadden we beneden aan de pas heerlijk gegeten bij een klein restaurantje waar de truck netjes kon worden geparkeerd. In het pikkedonker reden we door de bergen en door onze verstralers hadden we bijna daglicht.

Helaas was het mega druk en elke 5 minuten moest het licht uit en moesten we stoppen om een tegenligger voorbij te laten. Gelukkig rijden wij nu aan de bergkant en is het voorbij laten gaan van de tegenliggers voor ons redelijk veilig. Soms knijp je wel je billen bij elkaar omdat ze je rakelings passeren, vaak met minder dan 5 cm ruimte.

We mogen heel de nacht blijven staan en speciaal voor ons wordt nog even warm eten gemaakt. Verse tomaten soep wordt gemaakt, samen met een omlet en een bordje rijst en groeten is de maaltijd compleet.

Na het eten gaan we lekker vroeg ons bedje in want morgen is er weer een lange dag met de aller zwaarste, maar gelukkig niet de hoogste pas hier.


Zondag 16 september 2007: overdag 22 graden en ’s nachts heerlijk koel.

GPS waar we vannacht hebben geslapen hebben. N 32.24,609 en E 077.14,518, hoogte = 3232m

Als we wakker worden is het al half tien, we slapen lekker uit omdat we vandaag maar een klein stukje gaan rijden tot de top van de 4900 meter hoge pas. We slapen daar en rijden morgen richting Agra waar de Taj Mahal tempel staat. Als we namelijk vandaag doorrijden komen we tegen de avond aan in Mandi en daar is het moeilijk een plaats voor de nacht te vinden.We ontbijten hier en genieten van het uitzicht buiten. Het zonnetje schijnt heerlijk op onze bollekes. Hier hebben we ook de mogelijkheid om via de satelliet even de update te versturen, zonder dat er binnen 1 minuut 20 man om je heen staan.

Het laatste stuk van deze pas is het ergste wat een mens zich voor kan stellen. De afstand is maar een km of 40 maar de snelheid zal niet boven de 5km per uur uit komen. Hele stukken weg zijn naar beneden geleden en asfalt is erg schaars. Als er al asfalt is zou je liever willen dat het weg was, omdat het maar 10% van de weg beslaat en vol diepe gaten en kuilen zit. Een kuil in zand heeft vaak nog wat ronde kanten maar in asfalt is het elke keer een diep gat wat recht omlaag gaat. Als je daar doorheen rijdt, hoe langzaam ook, schommelt de truck heftig van links naar rechts. Elke keer maak je weer de vergissing dat 90km in een paar uurtjes te rijden valt. De pas gaat behoorlijk steil omhoog en de omgeving veranderd van een kale vlakte naar mooi groen en bosrijk landbouwland. Het uitzicht maakt het gehobbel wel meer dan goed.
 



We moeten weer stoppen omdat er een stuk weg is verdwenen en treffen een Zwitser die hier werkt. Hij rijdt berg op en gaat van de top met zijn parapent naar beneden. De tijd vliegt weer vooruit en voor we het weten is er weer een half uurtje voorbij en kunnen we doorrijden. De trucks snappen het weer niet en de ene haalt de andere weer in en zie hier er is weer een file. Het is vandaag erg druk op de weg, dat wil zeggen met tegenliggers. Het is zondag en de Indiërs zelfs gaan een dagje de bergen in. De personen auto’s hebben geen bergervaring en menig auto stinkt naar verbrande remmen. Ook snappen ze de regels niet, of we nu bergop of af gaan, zij hebben voorrang. Luidt toerend proberen ze indruk te maken en hopen ze dat wij wel even stoppen om ze te laten passeren. Zij gaan op dit stuk bergaf en wij hebben dus voorrang. Ze komen om een bocht geblazen en zien ons aankomen. Het eerste wat ze doen is toeteren en knipperen met hun lichten. Dit irriteert enorm. En ik vreet me op. Dan wil er eentje dat ik achteruit ga.. Ja daag. Ik trek de handrem aan en ga de kaart zitten bekijken. 5 meter achter hem is een mooie plaats om elkaar in te halen en ik zou 50 meter terug moeten rijden ( ik heb zelfs voorrang omdat we stijgen). Dit spelletje duurt een minuut of wat en hij rijdt toch achteruit. Die eikels hebben niet in de gaten dat een truck iets moeilijker te manoeuvreren is.

Ook stopt er eentje ineens in een haarspeldbocht. We denken dat hij problemen heeft, maar nee, hij wil hier parkeren om van het uitzicht te genieten. Dat er tien auto’s nu behoorlijk in de problemen komen maakt hem niet zo veel uit. Stoppen en optrekken in een haarspeldbocht is moordend voor je koppeling. De meeste auto’s moeten eerst achteruit tot ze voor de bocht zijn en kunnen dan pas optrekken. Wij gaan deze keer bergaf, maar moeten wel een keer of wat steken omdat meneer in de buitenbocht staat. Heel de familie stapt uit, en hij sluit de auto af, midden op de weg staat nu een behoorlijke blokkade, maar ach de mensen moeten maar uitkijken. De chauffeur loopt even naar de auto achter hem en legt hem uit dat hij even wil kijken. Hoe dat afliep weten we niet, want we zijn maar doorgereden.

Onder ons zien we een klein dorpje en we besluiten daar maar te overnachten. Voorbij Manali halen we toch niet meer vandaag en we hebben alle tijd. Als we beneden aankomen blijkt het dorpje een toeristencircus te zijn. Het is namelijk de landingsplaats voor de parapenters en we besluiten maar een stukje door te rijden. Een 500m lager zien we een meertje en dat lijkt ons wel wat. Er is een parkeerplaats en een terrein waar een riviertje doorheen stroomt. We moeten nodig de was doen en als we daar parkeren hebben we water genoeg. We zetten de truck mooi neer langs het riviertje en gaan even in een tentje iets eten. De keuze is beperkt tot noedelsoep, maar dat vinden we best. 



Voor een paar kwartjes hebben we lekker gegeten en zijn daarna maar gaan slapen. Nog even een DVD-tje gekeken in bed en weer is er een dag voorbij.

De tijd vliegt, we zijn nu bijna 6 maanden onderweg en hebben nog steeds het vakantie gevoel. Wel is de reis hard werken en zeker geen eenvoudige opgave. We maken leuke dingen en natuurlijk minder leuke dingen mee, maar genieten doen we elke dag. Het rijden op de passen is erg vermoeiend en avontuurlijk, zeker als je met de regelmaat van de klok weer eens een truck in het ravijn ziet liggen. Op de foto is er weer eentje die naar beneden is gelazerd en die er op de heenreis nog niet lag. We proberen op de foto’s de dingen van de dag te laten zien, maar helaas is op de foto’s in de verste verte niet te zien wat we meemaken aan slechte en smalle wegen. Het slechtste stuk moet nog komen en dat is de weg van hier naar Manali. We zitten nu hoog op de Kelong pas, maar de weg naar beneden moet nog komen en die was echt schandalig slecht.


Maandag 17 september 2007: heerlijk koel,

GPS: Ergens op de weg naar beneden van de Kelong pas N32.20,761 en E077.13,698, hoogte = 3222 m.

We staan op het zelfde mooie plekje net als gisteren, midden tussen de bergen genieten we van het mooie uitzicht. Een 50 meter van ons vandaag staan een stuk of wat nomadententjes, waar de herders leven tot dat de winter start.
 



Langs ons stroomt een bergbeekje waar ik vanmorgen eerste even de watertank mee vul. We blijven hier een paar dagen staan om de was te doen. Energie is er door de zon genoeg en water zoveel we maar willen, dus een ideale plek voor de was. De waterslang is net te kort en ik zou de truck kunnen verplaatsen maar ik heb nog een meter of 15 nieuwe slang in de cabine liggen die, nog mooi opgerold, nu wordt gebruikt om rommel in op te bergen. Als ik de slang aansluit en de pomp start staan er natuurlijk meteen weer een paar mensen 2 meter van je vandaan. Dit is normaal in India en je went er wel aan. Het is ook bijzonder interessant als iemand een knopje indrukt en er water naar binnen wordt gepompt!!! Maar ja als ik hun er een plezier mee doen vind ik het best.

Als de eerste wasmachine klaar is draai ik het zonnescherm uit en worden de blikken nog vreemder, alsof ze water zien branden. Het zonnescherm moet uit om de waslijn op te hangen want van de truck naar de grond is geen optie. Nergens is een boom of paal dus is dit de enige optie. Ik ga met de laptop maar in de cabine zitten om de was in de gaten te houden. Nu weet ik niet of de mensen hier stelen, maar vertrouwen is goed maar controle nog beter.

Ik ga maar weer verder met het leren van Thai. En Susan met het leren van Spaans.

Vanmorgen hebben we in bed nog even een DVD van India gekeken en we weten nu dat Goa en het zuiden prachtig zijn. We gaan morgen vermoedelijk van hier naar Agra of in ieder geval vast richting Delhi en vandaar denk ik dat we Nepal een maandje onveilig gaan maken. In Nepal gaan we kijken of we met de rugzak een weekje of wat naar Tibet en China kunnen gaan en daarna rijden we richting Goa. In november en begin december zijn we dan in Goa om van daaruit naar China te rijden alwaar de truck wordt verscheept naar Maleisië of Singapore. Vandaag is een rustdag, dus een keer een dagje zonder een groot reisbericht.

Met het afvalwater van de wasmachine wassen we nog even de truck en dat is wel nodig. Helaas zijn onze armen te kort en komen we maar tot een meter of 2 hoogte. Maar de truck ziet er weer perfect uit. Via de bumper kunnen we de cabine wel helemaal wassen en de bak is minder belangrijk. Die is nu 2 kleurig, de onderkant mooi wit en de bovenkant crème.

Rond 17.00 uur zakt de bewolking en staan we in de mist, Gelukkig was de was net droog en kunnen we die nog net binnenhalen voor de mist de vlakte bereikt.

Susan heeft nog een lekker champignonsoepje gemaakt en frietjes (speciaal) gebakken zodat we weer eens Hollands hebben gegeten. En nu naar bed om te dromen over de klotepas morgen.









Copyright © door Een reis rond de wereld Alle Rechten Voorbehouden.

Gepubliceerd op: 2007-09-16 (2796 maal gelezen)

[ Ga terug ]
Content ©
Volg onze reis online, 5 jaar met de DAF de wereld door


PHP-Nuke Copyright © 2005 by Francisco Burzi. This is free software, and you may redistribute it under the GPL. PHP-Nuke comes with absolutely no warranty, for details, see the license.
Pagina Rendering: 0.06 Seconden